Afgelopen week werd bekend dat Nederland in beeld is als vestigingsplaats voor een autofabriek van het nieuwe Amerikaanse merk Rivian, dat elektrische pick-uptrucks, terreinwagens en bestelauto's gaat bouwen. De ervaring leert echter dat lang niet alle veelbelovende elektrische start-ups hun mooie plannen kunnen waarmaken. Gaat het Rivian wel lukken?

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het is Rivian inmiddels gelukt om de productie van zijn geheel elektrische pick-uptruck R1T op te starten. Het productietempo ligt weliswaar nog niet heel hoog, maar het bedrijf zit in ieder geval al in die fase. Dat dit een hele prestatie is, daar kan Tesla over meepraten.

Tesla is nu weliswaar de waardevolste autofabrikant ter wereld, maar ook dat bedrijf verslikte zich bijna in het productieproces. Want je kunt nog zulke mooie plannen hebben, deze plannen ook verwezenlijken is een ander verhaal.

Zelfs Dyson moest de stekker eruit trekken

Daar kunnen talloze andere veelbelovende elektrische start-ups over meepraten. Om de zoveel tijd komt er een nieuwe fabrikant in de schijnwerpers, de een met nog mooiere plannen dan de ander. Daar kan in theorie zomaar het 'nieuwe Tesla' tussen zitten, dus dergelijke ondernemingen wordt al snel een grote toekomst toegedicht.

Denk maar aan Faraday Future. Het Chinese-Amerikaanse bedrijf zwom vanwege alle aandacht in het geld en zou het helemaal gaan maken. Het eerste model met veelbelovende specificaties zou in 2017 op de markt komen. Het is nog altijd stil.

Byton maakte met zijn elektrische M-Byte SUV grote indruk. Op de Consumer Electronics Show in Las Vegas in 2018 en het jaar erop tijdens de Internationale Automobilausstellung in Frankfurt vergaapte het publiek zich aan de auto, die goede sier maakte met zijn spectaculaire 48 inchvideoscherm in plaats van het traditionele dashboard. Byton leek op koers te liggen voor succes, maar de coronacrisis lijkt het merk genekt te hebben.

Byton en Faraday Future kun je nog wegzetten als te ambitieuze start-ups. Die vlieger gaat niet op voor de bekende stofzuigerfabrikant Dyson en de steenrijke uitvinder James Dyson. Maar zelfs met al zijn miljarden zag hij uiteindelijk geen mogelijkheid om zijn geplande elektrische auto op de markt te krijgen en eraan te verdienen.

Grote aandeelhouders zijn ook echt heel groot

Ook bij Rivian ging het niet van een leien dakje. Het merk was allereerst voornemens om een sportwagen op de markt te brengen. Ook speelde het met de gedachte om met een dieselhybride te komen. In 2018 ging het roer om en zette Rivian in op een elektrische pick-uptruck en SUV. Een slimme zet, want dat zijn de populairste carrosserievormen ter wereld.

Toeval of niet, het jaar erop staken internetgigant Amazon en Ford vele honderden miljoenen in het bedrijf. Saillant detail: mede daardoor is het Rivian gelukt om eerder dan Ford zelf een geheel elektrische pick-uptruck te bouwen.

Daardoor heeft Rivian de wind in de zeilen. Het merk ging eerder deze maand naar de beurs en heeft inmiddels een beurswaarde die groter is dan die van fabrikanten als BMW, General Motors en Ford zelf.

Deze hoekige SUV, de R1S, moet het volgende model van Rivian worden.

Deze hoekige SUV, de R1S, moet het volgende model van Rivian worden.
Deze hoekige SUV, de R1S, moet het volgende model van Rivian worden.
Foto: Rivian

Plannen van andere Amerikaanse start-up op losse schroeven

Toch blijft voorzichtigheid geboden, zeker als het gaat om overzeese uitbreidingsplannen. Zo werd in juni bekend dat de elektrische Amerikaanse start-up Canoo vanaf het vierde kwartaal van 2022 elektrische auto's zou laten bouwen bij VDL Nedcar. Het doel voor 2023, het eerste volledige productiejaar, was aanvankelijk om vijftienduizend stuks van de band te laten rollen.

Eerder deze maand liet Canoo weten dat het zijn plannen om in het Limburgse Born elektrische voertuigen te laten bouwen opnieuw tegen het licht zal houden. Mogelijk komt de Nederlandse fabriek pas weer in beeld komen zodra de plannen voor uitbreiding naar Europa vorm krijgen.