Het Nederlandse technologiebedrijf Philips wist volgens de Amerikaanse medische toezichthouder FDA al sinds 2015 dat er problemen waren met de slaapapneuapparaten. Dat is opvallend, want Philips zelf begon pas in juni van dit jaar met een terugroepactie voor de zogenoemde Dreamstations.

In het rapport, dat de FDA een week geleden uitbracht en waar Het Financieele Dagblad (FD) vrijdag over schrijft, zegt de toezichthouder dat Philips op 25 november 2015 ervan op de hoogte werd gebracht dat het schuim in sommige Dreamstations mogelijk gevaarlijk kon zijn voor patiënten.

Daarna volgde er volgens de FDA geen verder onderzoek en werden er ook geen preventieve maatregelen genomen. Sinds juli 2020 werd het duidelijk dat het schuim giftig is in bepaalde omstandigheden. Philips zegt aan het FD dat het rond die tijd, toen er steeds meer meldingen binnenkwamen, een eigen onderzoek is gestart en daarna aan de terugroepactie is begonnen.

Philips riep in juni 3,5 miljoen Dreamstation-apparaten van de eerste generatie terug omdat het schuim kan verbrokkelen, waarna er kankerverwekkende stoffen vrijkomen. Philips heeft voor de kwestie 500 miljoen euro opzijgezet en verving al 250.000 apparaten.

Een aantal Nederlandse en Amerikaanse gebruikers spande al een zaak aan tegen Philips. Velen onder hen beweren dat het bedrijf de problemen te lang genegeerd of achtergehouden heeft. Het FDA-rapport geeft de patiënten extra munitie om die rechtszaken te winnen. Philips zette nog geen geld opzij voor de gerechtskosten.