De Amerikaanse start-up Canoo gaat zijn plannen om bij VDL Nedcar in het Limburgse Born elektrische voertuigen te laten bouwen opnieuw tegen het licht houden. Dat heeft topman Tony Aquila dinsdag gezegd bij de presentatie van de kwartaalcijfers, meldt De Telegraaf. VDL Nedcar wil tegenover NU.nl niet reageren op de berichtgeving.

In juni werd bekend dat Canoo vanaf het vierde kwartaal van 2022 elektrische auto's wilde laten bouwen bij VDL Nedcar. Het doel voor 2023, het eerste volledige productiejaar, was aanvankelijk om vijftienduizend stuks van de band te laten rollen.

"Wij zouden VDL Nedcar inzetten voor de opstartfase en daarna de industrialisatie- en productiefase", zo wordt Aquila geciteerd door De Telegraaf. "Ik heb ook gezegd dat VDL Nedcar een soort back-up zou zijn, totdat we de zaken in de VS op een rijtje zouden hebben. Dat is nu gebeurd. Nu alles veel duidelijker is geworden, gaan we met VDL Nedcar in gesprek over een herprioritering".

Volgens de topman zal de Nederlandse fabriek weer in beeld komen zodra de plannen voor uitbreiding naar Europa vorm krijgen.

BMW Group trok eerder al stekker uit productie

De VDL Groep, het moederbedrijf van VDL Nedcar, zei afgelopen juni dat Canoo de intentie had om zijn voertuigen tot 2028 in Limburg te laten bouwen. Canoo zelf repte daarover destijds met geen woord.

Sinds de BMW Group heeft bekendgemaakt eind 2023 met de autoproductie bij VDL Nedcar te stoppen, is VDL op zoek naar nieuwe opdrachtgevers. De BMW Group laat in Limburg dit moment niet alleen de BMW X1 bouwen, maar ook de MINI Countryman en de MINI Cabrio.

Daar moet op termijn de zogeheten Lifestyle Vehicle van Canoo bij komen. Op welke termijn dat gaat gebeuren, is niet duidelijk. De eerste exemplaren zullen in ieder geval in de Verenigde Staten gebouwd worden en dus niet in Limburg. Dat is volgens Aquila gezien de onzekerheden rondom corona, het zeetransport en de schaarste aan materialen veiliger.