Het hoger beroep in de rechtszaak die Max Verstappen aanspande tegen online supermarkt Picnic moet mogelijk deels opnieuw. De Formule 1-coureur eiste een schadevergoeding omdat de supermarkt in een Facebook-filmpje een lookalike van hem had gebruikt. De rechter gaf Verstappen gelijk, maar in hoger beroep werd dat teruggedraaid.

De Hoge Raad buigt zich nu over de vraag of dat terecht was. De advocaat-generaal die de Hoge Raad voorafgaand aan een beoordeling adviseert, vindt dat de zaak gedeeltelijk opnieuw beoordeeld moet worden door een ander gerechtshof.

In het bewuste filmpje bezorgt de lookalike van Max Verstappen boodschappen aan huis, gehuld in een raceoutfit en een pet die veel gelijkenis vertoont met de pet die de coureur gewoonlijk draagt. Het filmpje werd bovendien online gezet een dag nadat een nieuwe reclamespotje van sponsor en Picnic-concurrent Jumbo voor het eerst op tv te zien was.

Daarin bezorgt Verstappen in zijn bolide boodschappen aan huis. De rechter die zich in eerste instantie over de zaak boog, vond dat Picnic onterecht gebruik had gemaakt van het portret van Verstappen. In hoger beroep vond het gerechtshof juist van niet, want het was wel duidelijk dat het niet echt Verstappen was in het Picnic-filmpje.

'Hof nam een te scherpe bocht'

"De advocaat-generaal is van mening dat de door het hof gekozen weg een te scherpe bocht kent bij de invulling van het begrip 'portret' in de Auteurswet", staat in het advies aan de Hoge Raad. De adviseur is van mening dat het duidelijk om Verstappen gaat en dat dit ook juist de hele clou van de reclameboodschap is.

"Daarom moet de vraag worden beantwoord of Picnic het filmpje volgens de Auteurswet openbaar mocht maken, waarvoor een belangenafweging nodig is." De Hoge Raad doet 22 maart 2022 uitspraak in de zaak die zich dan inmiddels vijf jaar voortsleept, en beslist dan of een deel van de zaak opnieuw moet.

De Hoge Raad is er niet aan gehouden om het advies over te nemen, maar dat gebeurt in de praktijk wel vaak.