Fabrikanten van windturbines verwachten het de komende tijd financieel lastig te hebben. Knelpunten in de logistiek en sterk gestegen grondstoffenprijzen maken het moeilijk om winstgevend te zijn, meldden enkele van 's werelds grootste makers van windturbines deze week bij hun kwartaalcijfers.

De problemen spelen op hetzelfde moment dat wereldleiders in Glasgow tot nieuwe afspraken proberen te komen over de strijd tegen klimaatverandering. De overstap van fossiele energie op duurzame energie, zoals windenergie, is daarbij belangrijk.

Siemens Gamesa, 's werelds grootste turbinemaker, leed het afgelopen boekjaar, dat tot en met september liep, een verlies van 627 miljoen euro. Dat kwam boven op het nettoverlies van 918 miljoen euro dat het bedrijf in de voorgaande twaalf maanden leed.

Het Spaans-Duitse concern had er onder meer last van dat staal de afgelopen maanden steeds duurder is geworden. Dat komt doordat de vraag naar metaal is opgeveerd door het economisch herstel van de coronacrisis. Ook zijn onderdelen schaars geworden. Dezelfde economische opleving leidt bovendien tot zo veel vraag naar vrachtvervoer dat het veel duurder is geworden om turbines naar de juiste plek te verplaatsen.

Het Deense concern Vestas meldde deze week dat dezelfde problemen de winstgevendheid aantasten. "Iedereen vecht met iedereen om grondstoffen en onderdelen te bemachtigen", omschreef topman Henrik Andersen van Vestas de problemen. Die strijd zorgt voor sterk piekende prijzen.

Siemens Gamesa-topman Andreas Nauen heeft nog geen idee wanneer de situatie weer teruggaat naar normaal, zei hij in een toelichting op de cijfers. Ook Vestas weet niet wanneer de problemen voorbij zijn.