Als Polen zijn nieuwe tuchtsysteem voor rechters niet laat vallen, kan het land de tientallen miljarden euro's uit het coronaherstelfonds van de Europese Unie op zijn buik schrijven. Dat is een harde voorwaarde, stelde voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie donderdag.

Polen maakt aanspraak op 36 miljard euro uit het fonds, maar de commissie heeft de aanvraag nog altijd niet goedgekeurd. Dat heeft alles te maken met hoe Polen omgaat met de rechterlijke macht, liet zij al eerder doorschemeren.

Polen voerde nieuwe toezichtregels in voor rechters, die nu geschorst, overgeplaatst of op andere manieren gestraft kunnen worden door een tuchtcollege. Het Poolse parlement, waarin de regeringspartijen de lakens uitdelen, kan zich met de samenstelling van dit college bemoeien. Von der Leyen noemt het terugdraaien van het nieuwe regime nu stellig een vereiste.

"We willen een duidelijke toezegging dat Polen de tuchtkamer ontmantelt, het tuchtstelsel opdoekt of hervormt en begint met het herbenoemen van de rechters" die zijn weggestuurd, stelt de commissievoorzitter. Ze spreekt van een "conditio sine qua non", een voorwaarde zonder welke iets niet mogelijk is.

Nederland en andere EU-landen spraken op de EU-top van vorige week ook al uit dat Polen geen geld uit het herstelfonds mag krijgen als het niet zwicht. Polen klaagt over chantage en beschuldigt de EU ervan steeds meer bevoegdheden naar zich toe te trekken.

Woensdag legde het Europees Hof van Justitie Polen al een dwangsom van 1 miljoen euro per dag op zolang de nieuwe tuchtkamer niet afgeschaft is.

Polen uit Europees Raden voor de rechtspraak gezet

Donderdag maakte het European Network of Councils for the Judiciary (ENCJ) bekend dat de Poolse Raad voor de rechtspraak niet langer deel uitmaakt van het netwerk. Eerder werd het Poolse lidmaatschap al opgeschort.

De Poolse Raad voldoet volgens het ENCJ niet langer aan de eisen die aan het lidmaatschap worden gesteld. Zo voldoet Poolse Raad niet aan de voorwaarde van 'onafhankelijke rechtspraak', die garandeert dat er onafhankelijk van wetgevende of uitvoerende macht wordt rechtgesproken in een lidstaat.