Particuliere beleggers kochten in de eerste helft van dit jaar 10.400 huizen, terwijl dat er in dezelfde periode vorig jaar nog ruim 20.600 waren, blijkt woensdag uit voorlopige data van het Kadaster. Beleggers hebben nu 8,6 procent van de Nederlandse huizen in handen.

3.700 van die 10.400 werden door investeerders overgekocht van een eigenaar-bewoner, dus iemand die het huis had gekocht om erin te wonen. 7,4 procent van de huizen die gekocht werden in het eerste half jaar van 2021 kwam in handen van beleggers terecht. Die verhuren de huizen meestal.

Paul de Vries, woningmarktexpert van het Kadaster, denkt dat er nu een duidelijke trendbreuk is ingezet. Hij verwijst voor de daling naar de aanpassing van de overdrachtsbelasting. Sinds begin dit jaar betalen investeerders 8 procent belasting bij aankoop van een huis of een stuk grond, in plaats van 2 procent.

"Dat levert investeerders meer kosten op bij aankoop van een huis, en dan is de vraag of ze dat nog wel kunnen terugverdienen via de huur. En er klinken meer geluiden over overheidsmaatregelen op de woningmarkt", zegt hij.

De Vries verwacht in de laatste maanden van dit jaar wel opnieuw een kleine spurt van beleggers op de Nederlandse woningmarkt, want vanaf volgend jaar voeren veel gemeenten een opkoopbescherming in. Daardoor wordt het voor beleggers in bepaalde gebieden waar te weinig goedkope woningen zijn, verboden om woningen op te kopen.

Amsterdam is de stad met de meeste woningen in handen van investeerders, op de voet gevolgd door Den Haag. De rest van de top vijf bestaat uit Diemen, Vaals en Groningen. In de vier grootste steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) hebben verhuurders gemiddeld 17,8 procent van de woningen in handen.