Boeing denkt dat de problemen met de Dreamliner-vliegtuigen van de afgelopen maanden in totaal 1 miljard dollar (862 miljoen euro) gaan kosten. Dat meldt de Amerikaanse vliegtuigbouwer woensdag in de marge van zijn derdekwartaalcijfers.

Er ontstonden in het afgelopen jaar al meermaals problemen rond de Dreamliners van Boeing. Eind 2020 moesten de leveringen worden stopgezet vanwege elektrische problemen bij de toestellen. Toen die leveringen net weer op gang kwamen, moesten ze in mei opnieuw worden gestopt door technische problemen.

Sinds juli levert het bedrijf opnieuw geen Dreamliners aan luchtvaartmaatschappijen, omdat er een probleem met de neus van het toestel was vastgesteld. Verder bleken er vorige maand problemen te zijn met titanium onderdelen in een aantal Dreamliners die de afgelopen drie jaar gebouwd zijn. De leveringen zijn nog niet hervat.

Boeing meldt in zijn resultatenrapport dat er momenteel twee Dreamliners per maand gebouwd worden. "We blijven de problemen onderzoeken en blijven samenwerken met toezichthouder FAA om de leveringen weer op gang te brengen", valt in het rapport te lezen.

Dat zal volgens het bedrijf uiteindelijk leiden tot 1 miljard dollar aan extra kosten, waarvan afgelopen kwartaal al 183 miljoen dollar is geboekt.

Mede daardoor boekte Boeing in het derde kwartaal een nettoverlies van 132 miljoen dollar. Een kwartaal eerder boekte het bedrijf nog voor het eerst in lange tijd winst. De omzet steeg wel met 8 procent naar 15,3 miljard dollar.

Boeing leverde 85 vliegtuigen in deze periode, vooral 737 MAX-toestellen. Die worden sinds kort weer geleverd nadat ze een jaar lang aan de grond moesten blijven staan door twee dodelijke crashes in korte tijd.

Hierdoor konden de Boeing 737 MAX-vliegtuigen neerstorten
70
Hierdoor konden de Boeing 737 MAX-vliegtuigen neerstorten