Het Amerikaanse begrotingstekort over het afgelopen fiscale jaar, dat tot 30 september loopt, bedraagt 2,8 biljoen dollar (2,4 biljoen euro), kondigde de Amerikaanse minister van Financiën Janet Yellen vrijdag aan. Het tekort is 360 miljard dollar kleiner dan een jaar geleden en bedraagt 12,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp), de meestgebruikte maatstaf voor de economische activiteit in een land.

De Amerikaanse overheid gaf het afgelopen jaar wel meer uit dan een jaar geleden, onder meer door de biljoenenplannen van president Joe Biden om de coronacrisis te bezweren, maar er kwam ook meer geld binnen.

Met name de belastingen brachten meer op, doordat er meer mensen aan het werk zijn dan vorig jaar en bedrijven weer belastingen betalen. Daardoor kwam het begrotingstekort net iets lager uit dan de 3,1 biljoen dollar in 2020.

Tegelijkertijd leende de Amerikaanse overheid wel meer. De staatsschuld ging met 1,3 biljoen dollar omhoog naar 22,3 biljoen dollar. Dat geld werd onder meer gebruikt om het begrotingstekort te verkleinen.

Voor het huidige fiscale jaar heeft Biden een begroting van 6 biljoen dollar voorzien, die hij deels wil financieren met hogere belastingen voor bedrijven en rijke mensen. De focus zou vooral op investeringen in infrastructuur liggen, maar ook uitbreiding van de sociale zekerheid en het terugdringen van de ongelijkheid zijn speerpunten van de president.