Bestaande koopwoningen werden in het afgelopen kwartaal 17,5 procent duurder. In de provincie Flevoland gingen de prijzen met 21,9 procent voor het vierde kwartaal op rij het sterkst omhoog. Van de vier grote steden was alleen in Utrecht de prijsstijging met 18,9 procent groter dan het gemiddelde, blijkt vrijdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster.

Tegelijk met de stijgende woningprijs, daalde het aantal transacties van woningen. In het derde kwartaal noteerde het Kadaster 53.875 woningtransacties, 13,4 procent minder dan een jaar geleden. Het is al het tweede kwartaal op rij dat er minder woningen verkocht worden, maar dat de prijs per woning wel stijgt.

In alle provincies werden er minder woningen verkocht dan een jaar eerder. De daling was met 6,9 procent het kleinst in Flevoland en met 20,4 procent het grootst in Overijssel. Tegelijk werden in Flevoland woningen 21,9 procent duurder. Dat is de sterkste stijging, op de hielen gevolgd door Drenthe, waar de woningprijzen 21,8 procent omhoog gingen. In Limburg was de stijging met 15,3 procent het minst hoog.

Van de vier grote steden was alleen in Utrecht de prijsstijging met 18,9 procent hoger dan het gemiddelde in Nederland. In Rotterdam stegen de woningprijzen met 15,3 procent het minst hard van de grote steden.

Het CBS en Kadaster maken vrijdag ook cijfers bekend voor september. Afgelopen maand werden woningen 18,5 procent duurder, de sterkste stijging sinds juli 2000. Sinds het dieptepunt in juni 2013 kost een woning in Nederland nu 81 procent meer.

Er wisselden in september 17.575 woningen van eigenaar, 15 procent minder dan in september vorig jaar.