6,5 procent van het totale Nederlandse inkomen gaat naar de rijkste 1 procent. Nergens in de wereld ontvangt de rijkste 1 procent een dusdanig 'klein' deel van het totale inkomen. Tegelijkertijd heeft ongeveer 20 procent van de volwassen Nederlanders helemaal geen inkomen, blijkt donderdag uit cijfers van het CBS.

Het statistiekbureau keek naar de inkomensverdeling in Nederland in de periode van 1977 tot en met 2019. Daaruit blijkt dat de rijkste 1 procent al geruime tijd ongeveer hetzelfde deel van het inkomen ontvangt. In diverse andere landen, waaronder Engelstalige landen, zijn de inkomensverschillen de laatste veertig jaar juist gegroeid.

Van de rijkste 1 procent was twee jaar geleden slechts 16 procent vrouw. Dit aandeel groeit traag. Als het in het huidige tempo blijft groeien, duurt het nog 33 jaar voordat het aandeel vrouwen op 30 procent ligt.

Uit de cijfers komt ook naar voren dat de rijkste 20 procent van Nederland ruim 52 procent van het inkomen ontvangt. Het gaat in deze cijfers om het primaire inkomen. Met andere woorden: voordat via onder meer belastingen en toeslagen het inkomen wordt herverdeeld. Als dit wordt meegerekend, ontvangt de bovenste 20 procent 37 procent van het totale inkomen.

De onderste 20 procent heeft helemaal geen inkomen. Dit betekent niet altijd dat zij in armoede leven. Het kan ook zijn dat ze geen inkomen hebben omdat hun partner de kostwinner is.

Een op de dertien huishoudens kampt met armoede

Wel blijkt dat van de bijna acht miljoen huishoudens in Nederland 7,7 procent op of onder de armoedegrens zit. Die grens ligt op een inkomen van 1.090 euro per maand voor een alleenstaande en 2.080 euro voor een gezin met twee kinderen. Dit betekent dat ongeveer een miljoen mensen "risico lopen op armoede", zoals het CBS het omschrijft.

Dat is aanmerkelijk minder dan tijdens de piek in 1985. Nederland kwam toen net uit een economische recessie en in dat jaar had 22 procent van de huishoudens te kampen met armoede.

Sindsdien is vooral de armoede onder werkenden en gepensioneerden flink afgenomen. Onder uitkeringsgerechtigden is dit probleem wel nog steeds groot. In de armoedecijfers zijn Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond oververtegenwoordigd.