De Verenigde Staten hebben de koppositie van China overgenomen als grootste 'producent' van bitcoins.

Voorheen waren krachtige computersystemen in China goed voor de meeste bitcoins die er wereldwijd bij komen. De Chinese regering treedt echter steeds harder op tegen de cryptomarkt, waardoor het land volgens het Cambridge Centre for Alternative Finance nog amper bijdraagt aan de wereldwijde hoeveelheid cryptomunten.

Bitcoins worden net als andere cryptomunten verhandeld via een blockchain, een soort decentraal orderboek dat overal tegelijk wordt bijgewerkt. Om elke aanvulling overal in het netwerk aan te passen, moet een ingewikkelde wiskundige formule worden opgelost. Wie dat lukt, krijgt een bitcoin als beloning. Dat heet het minen of delven van bitcoins.

Wereldwijd hebben ondernemers speciale computersystemen dag en nacht aan het rekenen gezet om bitcoins te kunnen verdienen. De grootste zogenoemde miners zaten in China, waar ze profiteerden van de lage prijzen voor de gigantische hoeveelheden elektriciteit die nodig zijn om bitcoins te delven. Maar dit jaar maakt de Volksrepubliek werk van het verbod op de bitcoin en aanverwante activiteiten. Zo kondigden provincies een verbod af en voerden autoriteiten hun controles op.

Die strijd tegen Chinese miners werpt zijn vruchten af. Waar China in september 2019 nog goed was voor 75 procent van alle rekenkracht die wereldwijd wordt gebruikt voor het delven van bitcoins, is dat volgens het Cambridge Centre for Alternative Finance gedaald tot bijna niets. Het aandeel van de Verenigde Staten is gestegen tot 35,4 procent; meer dan een verdubbeling vergeleken met april.

Mogelijk zijn Chinese miners nog steeds actief in eigen land, maar verbergen ze zich achter afgeschermde virtuele privénetwerken (VPN). Die doen het voorkomen alsof computersystemen elders staan. Volgens de onderzoekers is het daarom goed mogelijk dat een recente toename in de rekenkracht voor bitcoins in Duitsland en Ierland het gevolg zijn van VPN's van bitcoinminers.