Het aantal gemeenten waar mensen tussen wal en schip vallen als het aankomt op wonen steeg in de afgelopen zes jaar van 13 naar 188, zo blijkt woensdag uit onderzoek van de dataverzamelaar Colliers.

Volgens de onderzoekers zijn er ruwweg 200.000 huishoudens die te veel verdienen voor een sociale huurwoning, maar te weinig voor een koopwoning. En in de vrije sector is er vaak geen plaats meer.

De belangrijkste reden voor die explosie is volgens onderzoeker Frank Verwoerd de prijsvorming van woningen in die gemeenten. "De inkomensgrens voor sociale huur staat in het hele land op 40.000 euro, dus daar is geen verschil. Maar de stijgende huizenprijzen hebben een grote impact."

"In 2015 kon je met een inkomen op de sociale huurgrens een woning kopen voor iets meer dan 155.000 euro. Ondertussen is die woning 270.000 euro waard, maar met een inkomen op de grens kun je nu maar iets van 185.000 euro kopen", legt hij uit. De gemiddelde huizenprijs in ons land is in het derde kwartaal gestegen naar 419.000 euro.

Langer bij ouders of in studentenwoning

Die 200.000 mensen die uiteindelijk nergens terecht lijken te kunnen, blijven volgens Verwoerd vaak langer bij hun ouders of in hun studentenwoning hangen. "Of ze gaan samenwonen met vrienden, waardoor ze de kosten kunnen delen. Ze komen dus uiteindelijk wel ergens terecht, maar het is geen ideale situatie."

Dat er zo weinig plaats in de vrije huursector is, is volgens het rapport het gevolg van de woningmarkthervormingen tussen 2009 en 2014. In die periode werden enkele maatregelen voor een koopwoning in één klap minder aantrekkelijk gemaakt, waardoor er een plotse toestroom op huurwoningen was waar de sector niet op voorbereid was. Die problemen zinderen nog steeds na.

'Kabinet moet maatregelen nemen om vraag te beperken'

De onderzoekers denken dat de grootste problemen opgelost kunnen worden door in de eerste plaats meer te bouwen, maar ook een aantal vraagbeperkende maatregelen in te voeren die de woningprijzen hopelijk naar beneden duwen. "Al moet dat dan wel stapsgewijs gebeuren om het probleem niet nog groter te maken en geen grote schommelingen te veroorzaken in de woningbouw", zegt Verwoerd.

Hij stelt voor om de leencapaciteit stukje bij beetje te verlagen. Nu staat die op 100 procent van de koopsom en dat zou 90 procent moeten worden. Hij pleit er ook voor om de jubelton af te schaffen. Dat is een mechanisme waarbij ouders een bepaald bedrag belastingvrij kunnen schenken aan hun kinderen als ze daarmee een huis kopen.

Ten slotte pleiten de opstellers van het rapport ervoor om de hypotheekrenteaftrek, waarbij huizenbezitters de rente en nog wat andere kosten die zijn verbonden aan een hypotheek kunnen aftrekken van hun inkomen, tegen 2030 af te schaffen.