De Nederlandse economie is kwetsbaar door risicovol gedrag van huishoudens en beleggers, stelt De Nederlandse Bank (DNB) maandag. Vooral de hoge hypotheekschulden en de almaar stijgende aandelenkoersen baren de toezichthouder zorgen.

DNB deed dinsdag verslag van de financiële stabiliteit van de Nederlandse economie. De toezichthouder waarschuwt dat ons land kwetsbaar is, aangezien woningprijzen of aandelenkoersen plotseling kunnen dalen.

Dat komt onder meer doordat de prijzen van koopwoningen de pan uit rijzen. Kopers moeten zich daardoor steeds dieper in de schulden steken om een huis te kunnen kopen. Het bedrag dat ze ten opzichte van hun inkomen lenen, wordt steeds groter. Nederlanders hebben de op een na grootste schulden van Europa. 95 procent daarvan is hypotheekschuld. Denen staan bovenaan de lijst.

Daarnaast hebben veel beleggers geïnvesteerd in onder meer aandelen. De koersen daarvan breken record op record. Zo bereikte de Amsterdamse beursgraadmeter AEX vorige maand voor het eerst een stand van meer dan 800 punten.

Volgens DNB lijken beleggers en huishoudens ervan uit te gaan dat de economische situatie blijft zoals die nu is, bijvoorbeeld op het gebied van de lage rente. Maar als de situatie verandert en daardoor de huizenprijzen en aandelenkoersen dalen, kan dat tot forse problemen leiden.

Langdurig hoge inflatie kan tot een schok leiden

De toezichthouder wijst in dit verband op ongunstige ontwikkelingen. Zo is er nog altijd een risico op een nieuwe coronagolf door de deltavariant, kan de wankele Chinese vastgoedreus Evergrande zorgen voor problemen op financiële markten en stijgt de inflatie in Nederland sterk. Dat laatste komt onder meer door hoge prijzen van aardgas en benzine.

De stijging van de inflatie zou bovendien langere tijd kunnen aanhouden, denkt DNB-topman Klaas Knot. Een langdurig hoge inflatie kan zorgen voor een schok op financiële markten, waardoor aandelenkoersen kunnen dalen en huizen minder waard worden.

Wel benadrukt Knot nog steeds te verwachten dat de inflatie in het eurogebied volgend jaar terugzakt naar een normaal niveau van ongeveer 2 procent.