Het leven in Nederland was in september 2,7 procent duurder dan een jaar eerder. Dat is de sterkste stijging sinds augustus 2019. In augustus werden producten en goederen in doorsnee nog 2,4 procent duurder. Vooral de energierekening viel vorige maand hoger uit, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag.

Voor energie moest gemiddeld bijna een vijfde meer worden betaald dan in september 2020. Dat verschil was in augustus nog krap 14 procent. Naast de rekening voor gas en stroom liepen ook de brandstofprijzen aan de pomp op, wat een verhogend effect op de inflatie had.

Daar staat tegenover dat studenten minder betaalden voor het volgen van onderwijs, wat weer een drukkend effect op de geldontwaarding had. Vanwege de coronacrisis heeft het kabinet besloten het college- of cursusgeld voor dit studiejaar met 50 procent te verlagen.

Volgens de geharmoniseerde Europese meetmethode waren goederen en diensten in Nederland vorige maand 3 procent duurder dan een jaar eerder, tegenover een stijging van 2,7 procent in augustus. In de eurozone steeg de inflatie naar 3,4 procent, het hoogste niveau sinds september 2008.

In de Europese meetmethode wordt geen rekening gehouden met de kosten van het wonen in een eigen woning. In het inflatiecijfer van het CBS worden deze kosten berekend aan de hand van de ontwikkeling van woninghuren.