Veel Nederlandse bedrijven die werknemers uitbuiten, komen ermee weg doordat de bestrijding van uitbuiting niet werkt. Dat stelt de Algemene Rekenkamer op basis van onderzoek. De boetes zijn te laag en de slachtoffers krijgen niet genoeg begeleiding. Ook speelt mee dat het lastig is om uitbuiting te bewijzen.

Het tegengaan van arbeidsuitbuiting is vooral het werk van de Inspectie SZW, de voormalige Arbeidsinspectie. Die organisatie kreeg 331 meldingen van mogelijke uitbuiting binnen in de periode 2016 tot en met 2019. Vijf jaar geleden leidde 27 procent van die meldingen tot een opsporingsonderzoek, twee jaar geleden was dat gedaald naar 4 procent. Van de 331 gevallen heeft de rechter uiteindelijk maar in een handvol zaken uitspraak gedaan.

"Met de aanpak van de inspectie gaan niet minder daders vrijuit", luidt de kritiek van de Algemene Rekenkamer. Daarnaast is er geen stijging van het aantal slachtoffers dat wordt geholpen.

Oorzaak hiervan is onder meer dat het moeilijk is om te bewijzen dat echt sprake is van mensenhandel. Daarnaast zijn de boetes te laag. Daardoor zijn bedrijven niet bang om zo'n boete te krijgen.

Inspectie biedt nauwelijks bescherming aan slachtoffers

Wat ook niet meehelpt, is dat de Inspectie SZW nauwelijks hulp en bescherming biedt aan slachtoffers van uitbuiting. De slachtoffers werken daarom lang niet altijd mee aan een onderzoek. Ze zijn bang dat ze hun baan, huis en zorgverzekering kwijtraken.

Daarnaast registreert de inspectiedienst niet iedereen die te maken heeft gehad met uitbuiting. Hierdoor blijven veel van de naar schatting duizenden slachtoffers buiten beeld.

De Algemene Rekenkamer adviseert de inspectie om de middelen die ze al heeft beter te gebruiken. Dit kan zorgen voor betere opsporing van daders en meer bescherming van slachtoffers.

De bevindingen zijn gedeeld met de verantwoordelijke demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Hij is het eens met het adviesorgaan en neemt de adviezen over.