De economische steunpakketten in het kader van de coronacrisis hebben volgens het Centraal Planbureau (CPB) in het afgelopen jaar 65.000 tot 180.000 banen gered. Tegelijkertijd verstoorden ze wel de economische dynamiek, concludeert het adviesorgaan in een onderzoek.

In vergelijking met andere landen was het Nederlandse steunbeleid redelijk omvangrijk. De steun bedroeg in ons land 3,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp), de meestgebruikte maatstaf voor de economie van een land. In andere Europese landen was dat gemiddeld 3,3 procent.

Vooral de loondoorbetaling voor werknemers in de NOW en de subsidie die werkgevers daarvoor ontvingen waren hoog in vergelijking met die in andere Europese landen, zegt het CPB.

Dat blijkt het echter wel waard te zijn; zonder die steun zou het bbp namelijk 0,6 procentpunt meer gedaald zijn en zouden er 65.000 tot 180.000 banen meer gesneuveld zijn. De bbp-daling en werkloosheidsstijging waren bij ons minder sterk dan in andere Europese landen.

Historisch klein aantal faillissementen

Het aantal faillissementen was in 2020 echter historisch laag, en dat verstoort volgens het CPB de economische dynamiek. Volgens het planbureau is een groot deel van de steun gegaan naar bedrijven met een relatief lage productie en met weinig geld in de kassa. Dat zijn bedrijven die mogelijk voor de coronacrisis al minder levensvatbaar waren.

Daardoor zijn dus ook bedrijven die op de rand van een faillissement stonden overeind gehouden, en daardoor behielden meer werknemers minder productieve banen. Dat kan in de toekomst de productiviteitsgroei en werkgelegenheid verhinderen, zegt het CPB. Topman Pieter Hasekamp zei dat eerder ook al in een opiniestuk.

Het onderzoek concentreerde zich alleen op 2020. Toen bedroeg het steunpakket 30 miljard euro. De steunpakketten hebben in totaal 80 miljard euro gekost.