Een jarenlange ruzie tussen Italië en Kroatië over wijn krijgt een nieuw hoofdstuk. De Italianen vinden dat de naam van de zoete Kroatische dessertwijn prosek te veel lijkt op hun prosecco. Het Balkanland moet daarom al jarenlang de naam van de wijn aanpassen in de EU, maar daar komt binnenkort misschien verandering in.

De beroemde Italiaanse bubbelwijn prosecco, waarvan jaarlijks zo'n 600 miljoen flessen worden gemaakt, is beschermd door Europese regels. Daardoor mogen anderen die naam niet zomaar gebruiken. Ook namen die erop lijken, zijn niet zomaar toegestaan.

Deze regels zorgen ervoor dat de Kroaten in de EU hun prosek onder een andere naam moeten verkopen, namelijk vino dalmata. Die naam is afgeleid van de regio waar de wijn vandaan komt: Dalmatië, in het zuiden van Kroatië.

De Kroaten kwamen in 2013 bij de EU en kregen toen al meteen geen toestemming om hun wijn als prosek aan de man te brengen. Het land ergert zich hier al jaren aan.

Onlangs vroeg Kroatië of zijn prosek wel dezelfde naamsbescherming kon krijgen als prosecco. De Europese Commissie (EC) besloot onlangs dit verzoek in te willigen. Prosecco en prosek zijn dus allebei beschermde namen, die niet zomaar door anderen gebruikt mogen worden.

Italië kan moed putten uit zaak van Franse champagnemakers

De Italianen zijn niet blij met dat Europese besluit. Ze vrezen dat andere namen die klinken als typisch Italiaanse producten voortaan ook toegestaan zijn. De Zuid-Europeanen hebben zestig dagen de tijd om bezwaar in te dienen tegen het recente besluit van de EC.

Italië kan moed putten uit een recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie in een soortgelijke rechtszaak. In die zaak stonden Franse champagnemakers en de Spaanse tapasketen Champanillo tegenover elkaar.

Volgens de Fransen lijkt de naam van de restaurantketen te veel op hun bubbelwijn. Ook zijn ze niet gelukkig dat in het logo van de tapasbars twee champagneglazen te zien zijn. Hoewel de zaak nog niet is afgerond, lijkt het erop dat de makers van de Franse bubbelwijn gelijk krijgen. En daar zouden hun Italiaanse collega's weleens heel blij mee kunnen zijn.