Het beleid dat de gemeente Amsterdam in 2018 invoerde waarbij mensen geen reclamedrukwerk in de bus krijgen tenzij ze aangeven dat wel te willen, kan door de beugel. Dat heeft de Hoge Raad vrijdag geoordeeld. Het hoogste gerechtelijke orgaan wijst erop dat gemeentes een verantwoordelijkheid hebben om afval te beperken.

De folderbranche had juist aangevoerd dat de gemeente Amsterdam niet bevoegd was om het huidige systeem in te voeren. De gemeente Amsterdam was de eerste gemeente die het systeem invoerde.

Het systeem dat folders niet in de bus gegooid mogen worden tenzij anders aangegeven, heet opt-in. Dat wordt aangegeven middels een 'ja-sticker'. Dat is het tegengestelde van de welbekende NEE-NEE- of NEE-JA-stickers, die door gemeenten beschikbaar worden gesteld.

Mede door het opt-insysteem is het aantal folders dat in Nederland rondgebracht wordt fors gedaald. "Het gewicht aan folders dat op de mat valt, is in tien jaar tijd ongeveer gehalveerd", zei directeur Thomas Hopman van Spotta, het bedrijf dat de folders in Nederland verspreidt, eerder tegen NU.nl. "Het was toen 35 kilo en is nu circa 18 kilo."

Maatregel bespaart 33 kilo papierafval per huishouden

Marieke van Doorninck, de Amsterdamse wethouder van Duurzaamheid en Circulaire Economie, is tevreden met de uitkomst.

"Ik ben blij met deze uitspraak omdat de JA-JA-sticker veel minder afval oplevert. We zagen afgelopen jaren dat veel andere gemeenten niet op deze uitspraak hebben gewacht, maar zelf al vergelijkbare regels voor reclamedrukwerk hebben gesteld. Ik hoop dat deze uitspraak ook marktpartijen stimuleert om milieubelangen mee te wegen bij het maken van reclame."

Uit eerder onderzoek van de gemeente Amsterdam is gebleken dat de maatregel leidt tot 33 kilo papierafval per huishouden per jaar minder.

Sinds Amsterdam de brievenbussen grotendeels dichtgooide, hebben nog ruim tien andere gemeenten dat voorbeeld gevolgd. "Waaronder de vier grote steden, dus dat heeft wel impact", aldus Hopman.

Rechtszaak krijgt mogelijk vervolg

In een reactie zegt Hopman te overwegen om vervolgstappen te nemen, bijvoorbeeld door een klacht in te dienen bij de Europese Commissie. Volgens de Spotta-directeur gaat de uitspraak van de rechter niet in op cruciale argumenten die betrekking hebben op Europees recht.

Hopman stelt dat de uitspraak geen duidelijk antwoord biedt op de vraag of de JA-sticker is toegestaan. "Hiermee blijft ook de vraag openstaan in hoeverre het voor andere gemeenten is toegestaan om de JA-sticker in te voeren", klinkt het in een toelichting.