De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal veel sterker gegroeid dan gedacht. Volgens een nieuwe raming van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kwam de groei uit op 3,8 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Bij de eerste berekening in augustus ging het statistiekbureau nog uit van een plus van 3,1 procent.

De bijstelling hangt samen met herziene cijfers over de consumptie door huishoudens en overheid. Sinds de vorige raming is veel nieuwe informatie beschikbaar gekomen. Het totaalbeeld is echter niet veranderd, laat het CBS weten. Volgens het statistiekbureau was de bijstelling dit keer wel groter dan gemiddeld in de afgelopen jaren.

Nederland profiteerde in de periode van april tot en met juni van de afbouw van de coronamaatregelen, zoals de heropening van de horeca en winkels. Doordat de economie weer groei liet zien, kwam er een einde aan de kleine recessie die het gevolg was van de tweede coronagolf in het najaar en de winter. Vooral huishoudens gaven meer uit, maar ook het bedrijfsleven en de overheid droegen bij aan de groei.

Ten opzichte van een jaar eerder groeide de economie in het tweede kwartaal met 10,4 procent. Volgens de eerste inschatting was dat nog 9,7 procent. Deze aanpassing wordt volgens het CBS veroorzaakt door nieuwe cijfers over de zorg, de financiële instellingen, het vervoer, de reisbranche en de horeca. Zo was er bij de zogeheten productie van ziekenhuizen een sterker herstel te zien dan eerder werd aangenomen.

Ook kwamen er meer banen bij dan aanvankelijk gedacht. Volgens de cijfers steeg het aantal banen van werknemers en zelfstandigen in het tweede kwartaal met 153.000 ten opzichte van een kwartaal eerder. De vorige berekening kwam uit op een toename 133.000 banen.