De economie in het noorden van de Randstad en vooral in Amsterdam heeft het meeste last gehad van de coronapandemie, stelt de Kamer van Koophandel (KVK) maandag. In de regio's Zuid-Limburg en Zuidwest-Friesland bleef de schade juist beperkt.

KVK vergeleek de economische activiteit in de vijf kwartalen dat de coronacrisis duurde, van maart 2020 tot en met juni 2021, met de vijf kwartalen ervoor. Daaruit blijkt dat de bedrijvigheid het meest daalde in de regio Amsterdam, met een min van 19 procent. Dat kwam onder meer doordat veel buitenlandse toeristen wegbleven. Ook andere delen in het noorden van de Randstad, zoals Haarlem, Utrecht en de Zaanstreek, hadden het zwaar.

Daar staat tegenover dat diverse gebieden buiten de Randstad het juist goed deden. Dan gaat het vooral om Friesland en Limburg, waar de bedrijvigheid 60 procent steeg, en Zeeuws-Vlaanderen, waar de bedrijvigheid zelfs meer dan verdubbelde (+121 procent). Dat komt onder meer doordat die regio's populair zijn bij Nederlandse toeristen.

"De economie zat in de regio Amsterdam echt meer op slot dan elders", aldus Rabobank-econoom Otto Raspe. "Niet alleen door het wegvallen van internationale bezoekers en handel, maar ook doordat onder meer toeristische en culturele activiteiten veel lastiger te organiseren zijn dan in bijvoorbeeld Friesland of Zeeland, waar meer ruimte is. In die regio's zagen we vorig jaar al deels herstel."