De kwaliteit van de zorg staat onder druk en daarom moet de politiek snel scherpe keuzes maken en prioriteiten stellen. Dat stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), een van de belangrijkste organen die het kabinet adviseren. Volgens de raad kunnen de kosten voor de zorg in de komende veertig jaar bijna verdrievoudigen.

Nu kost de zorg jaarlijks zo'n 6.000 euro per Nederlander, in 2060 zal dat volgens de WRR ongeveer 16.000 euro zijn. Tegen die tijd geven we niet 13 procent, maar ongeveer een kwart van de totale economie (bruto binnenlands product) uit aan zorg. Dat komt onder meer door vergrijzing.

"En dan moet een op de drie mensen in de zorg werken, vergeleken met een op de zeven nu. We moeten dan bijna onze hele welvaartsgroei inzetten voor de stijgende zorgkosten."

Om meer mensen in de zorg te laten werken en de personeelstekorten zo veel mogelijk te beperken, zou de politiek ervoor kunnen zorgen dat meer mensen vanuit het buitenland naar Nederland komen om hier in de zorg te werken. Fiscale maatregelen en een goede werk-privébalans kunnen ook helpen om het vak aantrekkelijker te maken, aldus de WRR.

'Samenleving voorbereiden op schaarste in de zorg'

Op een paar onderwerpen is er geen uitstel meer mogelijk, waarschuwt de raad. "Zo moet de samenleving worden voorbereid op toenemende schaarste in de zorg en de noodzaak van keuzes." De WRR vindt dat een "collectieve kern" van zorg sowieso moet doorgaan: langdurige ouderenzorg, jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg. Als zorg daarbuiten valt, zouden mensen zelf meer moeten bijdragen.

Zorg gaat om meer dan alleen geld, wordt in het rapport benadrukt. Door de uitgebreide aandacht voor de financiële kant zijn de kwaliteit en de toegankelijkheid van bijvoorbeeld de jeugdzorg en de geestelijke gezondheidszorg "zwaar onder de maat geraakt".

De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) is het niet eens met de analyse van de WRR. In de ogen van voorzitter Ad Melkert komen de adviezen neer op een oproep om te bezuinigen en dat vindt hij onthutsend.