Nu veel Afghaanse vluchtelingen naar Nederland komen, moet voor hen een permanente woning worden gezocht. Vaak zullen de Afghanen en andere asielzoekers met een verblijfsvergunning een sociale huurwoning toegewezen krijgen. Maar hoe zit dat beleid precies in elkaar? En moeten andere woningzoekenden daardoor langer wachten?

Het exacte beleid voor de Afghanen die nu naar Nederland komen, is er nog niet. Maar er zijn wel algemene regels voor het toewijzen van woningen aan statushouders (asielzoekers met een verblijfsvergunning).

De zoektocht naar een huis begint zodra de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) heeft bepaald dat een asielzoeker in Nederland mag blijven. De eerste stap is dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een statushouder toewijst aan een bepaalde gemeente. Deze gemeente moet dan zorgen voor een woning.

Om te bepalen in welke gemeente een statushouder moet wonen, kijkt het COA onder meer naar opleiding en werkervaring. Ook speelt de gezinssituatie mee en kijkt het COA of er al bekenden van de statushouder wonen in een bepaalde gemeente. Daarnaast spelen ook onder andere toekomstplannen en medische achtergrond een rol.

Elke gemeente moet huis zoeken voor statushouders

Elke Nederlandse gemeente moet ieder half jaar een bepaald aantal statushouders een woning toebedelen, met uitzondering van de Waddeneilanden. Hoe meer inwoners een gemeente heeft, hoe meer statushouders ze moeten huisvesten. Zo moest Amsterdam in de eerste zes maanden van dit jaar voor 668 statushouders een woning zoeken, terwijl bijvoorbeeld buurgemeente Landsmeer 9 asielzoekers met een verblijfsvergunning toebedeeld kreeg.

De aantallen zijn dit jaar flink hoger dan vorig jaar. Dit komt doordat de IND in het verleden een achterstand heeft opgelopen bij de asielaanvragen en deze de afgelopen tijd heeft weggewerkt. Daardoor moeten alle Nederlandse gemeenten samen dit jaar voor 24.500 statushouders een huis vinden. Dat is bijna twee maal zoveel als vorig jaar.

Een statushouder krijgt in principe één aanbod en mag dat alleen om zeer goede redenen weigeren. Zoals gezegd, gaat dat meestal om sociale huurhuizen. Het probleem is echter dat veel anderen ook om zo'n woning zitten te springen. Zo zijn er steden waar de wachttijd voor 'reguliere' woningzoekenden die een sociale huurwoning willen, is opgelopen tot ruim tien jaar.

En dan zijn er nog de zogeheten urgentiegroepen. Dit zijn mensen die voorrang krijgen bij het toewijzen van woningen, omdat snelheid bij hen van belang is. Dan moet je onder meer denken aan mensen die in een rolstoel terecht zijn gekomen en daarom een aangepaste woning nodig hebben, mensen die extreme overlast ervaren van buren, slachtoffer zijn van huiselijk geweld, mensen die dreigen dakloos te worden of mantelzorg geven of ontvangen.

Verschillende groepen wachten op zelfde woning

De 'gewone' woningzoekenden, de statushouders en de overige urgentiegroepen komen dus alle drie in aanmerking voor dezelfde woningen. Gemeenten kunnen er daarom voor kiezen om een bepaald deel van de woningvoorraad te reserveren voor specifieke groepen.

Zo heeft de gemeente Den Haag beslist dat het dit jaar 235 huizen toewijst aan statushouders. Het gemeentebestuur gaat ervan uit dat er 3.700 sociale huurwoningen beschikbaar komen dit jaar en daarvan gaat volgens de huidige plannen dus iets meer dan 6 procent naar statushouders.

Minimaal 70 procent van de Haagse woningen gaat naar reguliere woningzoekenden. De overige huizen gaan naar andere groepen, waaronder dus mensen met bijvoorbeeld een handicap, jongeren uit de jeugdzorg en mantelzorgers.

"We kunnen geen doelgroepen helpen zonder dat dit consequenties heeft voor andere doelgroepen", schrijft het gemeentebestuur van Den Haag over de frictie tussen de verschillende woningzoekenden. "Meer ruimte voor de ene doelgroep betekent minder ruimte voor de andere."

De Haagse cijfers komen enigszins overeen met landelijke gemiddelden uit het verleden. Zo zei belangenvereniging voor woningcorporaties Aedes tegen dagblad NRC dat in 2015, 2016 en 2017 respectievelijk 7, 12 en 7 procent van de vrijgekomen sociale huurwoningen naar statushouders zijn gegaan.

Ook woningtekort voor statushouders

In de huidige woningmarkt is sprake van grote tekorten, ook bij sociale huurwoningen. Dat maakt het voor gemeenten lastig om geschikte woonruimte te vinden. Dit probleem speelt al langer, maar een snelle oplossing lijkt er niet te zijn.

Diverse gemeenten kijken wel naar andere opties dan alleen sociale huurwoningen, bijvoorbeeld omgebouwde kantoren, prefabhuizen of gesplitste woningen. Zo besloot de gemeente Rotterdam dit jaar diverse statushouders te huisvesten in een leeg ziekenhuis. Toch blijft het moeilijk om een woning te vinden. De verplichting om elke statushouder binnen tien weken een huis toe te wijzen, wordt dan ook vaak niet gehaald.

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond dat alle Nederlandse gemeenten samen dit jaar voor 27.000 statushouders een huis moeten vinden. Dat getal was niet actueel. Het moet 24.500 zijn.