Het is voor erkende vluchtelingen moeilijk om aan betaald werk te komen. Vijf jaar na de verstrekking van een verblijfsvergunning heeft 45 procent betaald werk, maar vaak bestaat dit uit tijdelijke of deeltijdbanen. Dat staat donderdag in een onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP).

Na vijf jaar in Nederland is betaald werk slechts voor een kwart van de statushouders de belangrijkste inkomstenbron. Het onderzoeksbureau noemt de arbeidsmarktpositie van statushouders "zorgelijk".

Sinds 2015 is er weliswaar speciaal beleid ontwikkeld om betrokkenen op gang te helpen met werk, maar veel lokale projecten zijn afgerond. Ook door corona is hun arbeidsdeelname het afgelopen jaar niet toegenomen maar zelfs afgenomen.

Hindernissen voor vluchtelingen zijn onder meer trauma's vanwege hun vlucht, taalbarrières en het ontbreken van een netwerk. Het is volgens de onderzoekers goed om daarop in te zetten, maar ook aan de vraagzijde zijn belemmeringen. Instituties en werkgevers moeten voldoende toegankelijk zijn en zich meer richten op diversiteit en inclusie, aldus het SCP.

Nieuwe inburgeringswet moet verbetering brengen

De organisatie deed samen met het RIVM en WODC onderzoek naar de (leef)situatie van statushouders die sinds 2014 in Nederland zijn. Toen kwamen grote aantallen asielzoekers naar Europa en Nederland, vooral uit het door een oorlog getroffen Syrië.

Begin volgend jaar komt er een nieuwe inburgeringswet. De onderzoekers zien daar positieve kanten in maar ze hameren op een goede uitvoering, vooral door gemeenten. Ook zien ze ruimte voor verbeteringen. Zo willen ze dat vluchtelingen in de opvang eerder mogen gaan werken en meer (taal)onderwijs kunnen volgen. Daarnaast moet er meer aandacht komen voor hun psychisch welbevinden en zouden ze minder lang in de asielopvang moeten zitten.