De vraag naar vliegtickets is in de belangrijke zomermaand juli iets aangetrokken ten opzichte van een maand eerder, maar ligt nog altijd ver onder het niveau van voor de coronacrisis. Volgens de IATA, de internationale brancheorganisatie voor de luchtvaart, was de vraag naar vliegreizen ruim 53 procent lager dan in juni 2019.

Een maand eerder lag het aantal reizigers nog 60 procent onder het niveau van voor de crisis.

IATA vergelijkt de passagiersaantallen al het hele jaar met die van 2019, omdat een vergelijking met vorig jaar een vertekend beeld zou geven. Toen waren internationale vliegreizen praktisch onmogelijk.

Het herstel in juli was zichtbaar in alle regio's. Noord-Amerikaanse vliegmaatschappijen lijken daarbij het snelst van de crisis te herstellen.

Volgens IATA-topman Willie Walsh waren mensen gretig om weer te gaan reizen in de zomer op het noordelijk halfrond. Verder wijst hij erop dat het binnenlandse verkeer weer op 85 procent van het niveau van voor de crisis staat.

"De internationale vraag heeft slechts iets meer dan een kwart van de volumes van 2019 teruggewonnen", zegt hij. Het probleem zit hem volgens Walsh onder andere in de grenscontroles.

Voor een herstel van het internationale reisverkeer moeten regeringen volgens de IATA-topman de vrijheid om te reizen herstellen. "Op zijn minst zouden gevaccineerde reizigers geen beperkingen mogen ondervinden. Dat zou al een heel eind helpen om de wereld weer met elkaar te verbinden en de reis- en toerismesector nieuw leven in te blazen", aldus Walsh.