Nederland telde vorig jaar door de coronacrisis veel minder snelgroeiende bedrijven dan in de jaren ervoor, blijkt donderdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het aantal snelgroeiende bedrijven daalde van bijna 12.000 in 2019, naar 9.900 vorig jaar: een daling van 17,5 procent. Vooral in de horeca nam het aantal snelgroeiers af: daar daalde het aantal met 44 procent als gevolg van de verschillende lockdowns.

Een snelgroeiend bedrijf is een bedrijf met ten minste tien medewerkers, waarbij het aantal werknemers gemiddeld 10 procent per jaar groeit, gemeten over een periode van drie opeenvolgende jaren. Dit betekent dat er
over een periode van drie jaar een totale werknemersgroei van tenminste 33,1 procent moet worden behaald.

Het aantal snelgroeiers verdubbelde bijna tussen 2014 en 2018 naar 12.400, maar na een kleine daling in 2019 kwam het rampjaar 2020. De verschillende lockdowns konden de deuren in bepaalde sectoren niet open, wat weer negatieve gevolgen had voor het werven van personeel. Dit leidde tot een flinke daling van het aantal snelgroeiende bedrijven.

Vooral bij de uitzendbureaus, die minder opdrachtgevers hadden, en de horeca, die een groot deel van het jaar gesloten was, nam het aantal snelgroeiers af: respectievelijk met 46 en 44 procent vergeleken met 2019. Hoewel de horeca minder snelgroeiers telde, behoort de branche nog altijd bij de top van het aantal snelgroeiende bedrijven.

Slechts één branche, die door het CBS 'advisering op basis van informatietechnologie' wordt genoemd, zag het aantal snelgroeiende bedrijven iets toenemen: van 175 naar 200.