De huizenprijzen zijn in zowat alle landen in de wereld aan een forse hausse bezig sinds het begin van de coronacrisis. In slechts drie van de veertig OESO-landen, de groep van rijke landen, werden huizen het afgelopen jaar goedkoper. Dure huizen zijn dus geen puur Nederlands probleem, maar in vergelijking met de buurlanden betalen Nederlanders zich blauw.

Het is ondertussen bijna vaste prik geworden: elke maand stijgen de huizenprijzen in Nederland het sterkst in twintig jaar. Vorige maand betaalden we 16,3 procent meer voor een huis, de sterkste stijging sinds 2000 volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Een koophuis kost in ons land nu gemiddeld 4 ton.

Dat is een hoop meer dan in de ons omringende landen. Belgen en Duitsers tellen gemiddeld iets meer dan 3 ton neer voor een woning volgens hun respectievelijke statistiekbureaus. Toch zijn ook daar de prijzen fors omhooggegaan. België kende tussen 2015 en 2019 een stijging van 19 procent en in Duitsland werd een huis in die periode 28 procent duurder.

In het eerste kwartaal van dit jaar kwam er in België 5,7 procent bij en in Duitsland 8,1 procent. In Nederland werd een huis 11,3 procent duurder in het afgelopen kwartaal.

Stijging van de huizenprijzen in de EU tussen 2015 en 2019

Bron: European Mortgage Federation© NU.nl

Mensen hebben veel spaargeld door coronacrisis

De coronacrisis speelt daar een belangrijke rol in. Door de lockdowns en reisbeperkingen konden mensen hun geld in het afgelopen jaar aan maar weinig zaken uitgeven, en dat leidt tot uitpuilende spaarboekjes. In juni stond er in totaal 407 miljard euro op Nederlandse spaarrekeningen. Dat is zo'n 36 miljard euro meer dan in juni 2019, toen er nog geen sprake was van corona.

Dat geld moet uiteindelijk ergens naartoe en veel mensen kozen ervoor om te verhuizen naar grotere woningen, waar meer ruimte is om comfortabel thuis te werken. Die plots sterk gestegen vraag drijft de prijzen in alle landen op.

Stijging van de huizenprijzen in de EU in eerste kwartaal 2021

Bron: Knight Frank Research© NU.nl

Hongarije is koploper in Europese Unie

Als we kijken naar de EU kent Hongarije echter de sterkste stijgingen. In het eerste kwartaal kwam er maar 1,8 procent bij, maar tussen 2015 en 2019 steeg de huizenprijs in het Oost-Europese land met maar liefst 83 procent. De coronacrisis heeft dus minder opwaartse druk gezet op de prijzen, maar de stijging van de afgelopen jaren is er vooral gekomen door de gezinspolitiek in het land.

Getrouwde koppels kunnen in Hongarije bij hun bank lenen tegen een rente van minder dan 5 procent, wat ver onder de marktprijs is, en daarnaast krijgen koppels die beloven dat ze minstens twee kinderen zullen krijgen een financieel duwtje in de rug bij de aanschaf van een nieuw huis. Ze kunnen een zogenoemde gezinslening afsluiten die ze maar voor twee derde hoeven af te betalen, tegen een aantrekkelijke rente. Zo wil de conservatieve regering van Viktor Orbán het klassieke gezin stimuleren.

Dat zorgt ervoor dat de middenklasse in Hongarije veel geld kan besteden aan een huis, en dat duwt de prijzen fors omhoog.

Nederland heeft veel goedkope financieringsmechanismes

Terug naar Nederland: bij ons werd een woning tussen 2015 en 2019 32 procent duurder. Dat komt voor een groot deel doordat er de afgelopen jaren te weinig huizen gebouwd zijn in ons land. Daardoor wordt de vraag al snel veel groter dan het aanbod. "Bovendien worden er in Nederland bijna nooit woningen gebouwd voor ze al verkocht zijn op papier, waardoor er amper leegstand is en de prijs dus geen kans heeft om te verlagen", zei Paul de Vries van het Kadaster daar eerder al over.

Maar er is meer aan de hand. Nederlanders kunnen bij de aankoop van een huis relatief makkelijk gebruikmaken van goedkope financiering. Zo is er de zogenoemde hypotheekrenteaftrek, waarbij huizenkopers de rente en een aantal andere kosten die verbonden zijn aan een hypotheek kunnen aftrekken van hun belastingen.

Sinds dit jaar telt ook het tweede inkomen in een huishouden voor 90 procent mee bij de berekening van een maximale hypotheek. Het eerste inkomen telt sowieso volledig mee. Tot slot betalen jongeren onder de 35 jaar geen overdrachtsbelasting.

Experts pleiten er al langer voor om die financiering aan te pakken. "Als de vrijstelling van de overdrachtsbelasting en de hypotheekrenteaftrek worden afgeschaft, zal de stijging van de huizenprijzen afgeremd worden", zei ING-econoom Mirjam Bani eerder tegen NU.nl. De Vries vindt dan weer dat de leennormen strenger moeten worden, waardoor mensen niet meer de volledige waarde van een huis kunnen lenen.