Drankenindustrie het hardst geraakt door sluiting van de horeca
Het voor de horeca rampzalig verlopen 2020 heeft ook de drankenindustrie flink geraakt. Van alle sectoren die producten of diensten leveren aan de horeca, liep die bedrijfstak de grootste klappen op. Dat concludeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in een nadere analyse van het effect van de coronacrisis op de horeca.
In 2020 leverde de drankenindustrie voor 215 miljoen euro aan drinken af aan de hotels, restaurants en cafés. Dat is de helft van een jaar eerder. "En dat komt neer op een krimp van 5,1 procent van de totale productie van de drankenindustrie", aldus het CBS.
"De drankenindustrie is daarmee van de toeleverende bedrijfstakken aan de horeca, relatief het sterkst geraakt door de sterke krimp van de horeca." De horecasector kreeg vorig jaar zelf een krimp van 40,6 procent voor de kiezen, als gevolg van de lockdowns en de beperkingen.
Ook de entertainmentsector en uitzendbureaus voelden de beperkingen in de horeca behoorlijk. "Bij deze bedrijfstakken bedroeg de afname respectievelijk 1,9 procent en 1,7 procent van de totale productie."
Eten wel belangrijk voor de horeca maar andersom minder
De vastgoedeigenaren, formeel de exploitatie van onroerend goed, hebben volgens het CBS niets gemerkt van de sluiting van de sluitingen van eet- en drinkgelegenheden. Daar ging net zo veel geld heen als in 2019. "Het gaat daarbij voornamelijk om de huur van horecapanden. In 2020 was deze bedrijfstak de grootste toeleverancier aan de horeca."
Leveranciers van eten hebben veel minder te lijden gehad onder de lockdown in de horeca. Natuurlijk is de horeca een grote afnemer van eten, maar andersom is de horeca niet de grootste klant van de voedingsmiddelenindustrie. Die sector is voor meer dan de helft gericht op export. Het 'horeca-effect' bleef dan ook beperkt tot 0,8 procent krimp.
Ook werd eten nog wel bezorgd of afgehaald tijdens de periodes van lockdown, maar gold dit in veel minder mate voor drank.
