Op vluchten van en naar Nederland bleven in het afgelopen kwartaal gemiddeld 56 van de 100 vliegtuigstoelen leeg. Het kwartaal ervoor waren dat er nog 65. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de vluchten van en naar Amsterdam, Eindhoven, Groningen, Maastricht en Rotterdam.

Het lijkt erop alsof de luchtvaart langzaam uit het dal klimt waar het sinds de uitbraak van de pandemie in het voorjaar van 2020 in is beland. Want er waren afgelopen maanden niet alleen meer stoelen bezet, het aantal vluchten nam ook toe, met 44 procent in vergelijking met een kwartaal eerder. Vooral toen het demissionaire kabinet op 15 mei besloot om vluchten naar landen met een kleine kans op besmetting toe te staan, trok het aantal reizigers weer aan.

In totaal vlogen tussen begin april en eind juni 3,9 miljoen passagiers van of naar de vijf Nederlandse luchthavens. Dat waren er een kwartaal eerder slechts 2,1 miljoen.

Achttien miljoen reizigers

Ondanks de fikse toename is het nog lang niet zo druk als voor de pandemie. Zo verwelkomden de vijf luchthavens in het tweede kwartaal van 2019 maar liefst bijna achttien miljoen reizigers. Ook is het aantal passagiers per vliegtuig normaal gesproken veel groter; dan zijn gemiddeld ongeveer tachtig van de honderd vliegtuigstoelen bezet.

Vorig kwartaal was Spanje het populairst als vliegbestemming. 593.000 mensen namen een vlucht van een Nederlandse naar een Spaanse luchthaven. Dat was 15 procent van het totale aantal reizigers. De Verenigde Staten waren met 7 procent de nummer twee.

Ruim 4 keer zoveel luchtvaartpassagiers in tweede kwartaal als jaar eerder

Bron: CBS© Localfocus