De Chinese economie, de op een na grootste van de wereld, lijkt af te remmen. De zogeheten inkoopmanagersindex, die de economische activiteit weergeeft, zakte in juli volgens het Chinese statistiekbureau NBS naar 50,4 punten. Dat is de laagste stand sinds februari 2020, de maand waarin China de boel voor het eerst op slot gooide vanwege het opkomende coronavirus.

De daling van de index wordt veroorzaakt door een tekort aan bepaalde grondstoffen, herstelwerkzaamheden aan machines en extreem weer. Zo waren er overstromingen in de provincie Henan, waar FoxConn onder meer iPhones voor Apple maakt. Bij de overstromingen kwamen zeker zeventig mensen om het leven.

Hoewel de bedrijvigheid daalde, was er nog geen sprake van een krimp van de economische activiteit. Een stand van 50 of meer wijst op groei, daaronder op krimp. Volgens het Chinese statistiekbureau NBS laat de index zien dat de economie nog altijd groeit, maar de snelheid vertraagt.

Een van de zorgenkindjes is de export. China wordt de fabriek van de wereld genoemd en is de initiële economische klap van de coronacrisis te boven gekomen door producten uit te voeren naar andere landen. Uit de inkoopmanagersindex van zaterdag blijkt echter dat de export voor de derde maand op rij is gekrompen.