De economie van het eurogebied is niet langer in recessie: in het tweede kwartaal groeide economie van de eurozone met 2 procent, blijkt vrijdag uit voorlopige cijfers van Eurostat. De groei zat hem met name in Zuid-Europa, terwijl de grootste economie van het eurogebied, de Duitse, juist teleurstelde.

Met de groei komt er een eind aan twee opeenvolgende kwartalen waarin het bbp van het eurogebied nog kromp. In het laatste kwartaal van vorig jaar en de eerste drie maanden van dit jaar slonk de economie van het eurogebied met respectievelijk 0,6 en 0,3 procent. Daardoor was er sprake van een recessie.

Die recessie is nu voorbij. Uit de cijfers van Eurostat blijkt dat elk land een plusje kon noteren in het tweede kwartaal. De dataset van het statistiekbureau is met elf van de negentien eurozonelanden nog niet compleet, maar de grootste economieën presenteerden vandaag kwartaalcijfers: Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje.

Duitsland stelde teleur met een groei van 1,5 procent vergeleken met een kwartaal eerder. Analisten hadden gerekend op een groei van 2 procent. Door de groei nadert de Duitse economie het niveau van voor de crisis. Volgens het Duitse statistiekbureau Destatis is de economie nog 3,4 procent kleiner dan voor de crisis.

Waar Duitsland iets minder hoge cijfers kon noteren dan verwacht, ging het bij de Fransen juist beter. De Franse economie was eind juni 0,9 procent groter dan na het eerste kwartaal, terwijl economen uitgingen van een groei van 0,8 procent. Frankrijk ging eind maart opnieuw op slot vanwege stijgende coronacijfers. Begin mei kwam die lockdown ten einde en werden restricties teruggedraaid. Hierdoor konden winkels en restaurants weer klanten ontvangen.

Grootste groeicijfers in Italië en Spanje

De grootste economische groeicijfers zijn terug te vinden in Zuid-Europa, bij Italië en Spanje. De economieën van deze landen groeiden in het tweede kwartaal met respectievelijk 2,7 en 2,8 procent. Vooral de groei van de Italiaanse economie valt op, analisten hadden namelijk op minder dan de helft gerekend. Vergeleken met hetzelfde kwartaal vorig jaar groeide de Italiaanse economie met maar liefst 17,3 procent.

De Spaanse economie groeide ook weer na een onverwachte krimp in het eerste kwartaal. Spanjaarden gaven meer uit en ook de dienstensector, waar onder meer de kwakkelende Spaanse toerismesector onder valt, groeide weer iets.

De economieën van Spanje en Italië moeten van ver komen. Zij krompen vorig jaar het hardst binnen de eurozone met respectievelijk -8,9 en -11 procent.