Winkels verkochten in juni gemiddeld 6 procent meer dan dezelfde maand vorig jaar. Het is al de vierde maand op rij dat de detailhandel fors meer verkoopt dan een jaar eerder. In vergelijking met 2019 was de stijging vorige maand zelfs nog groter (16,8 procent). Dat blijkt vrijdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De toename van de omzet wordt vooral veroorzaakt door een stijging van het aantal verkochte producten en diensten, het zogeheten verkoopvolume. Dat steeg met 5,7 procent. Hogere prijzen waren dus slechts zeer beperkt oorzaak van de hogere omzet.

Met name de non-foodwinkels (zoals verkopers van kleding, schoenen, meubels en woninginrichting) deden het goed, met een omzetstijging van gemiddeld 8 procent.

Uitschieters daarbij waren vooral de kleding- en schoenenwinkels, met toenames van respectievelijk 21 en 22 procent. Ook doe-het-zelfzaken deden het goed, met een plus van gemiddeld 4,8 procent. Verkopers van consumentenelektronica en witgoed moesten het doen met een omzetdaling van 3,5 procent.

Bij supermarkten en speciaalzaken, waaronder groenteboeren en slagers, bleven de inkomsten afgelopen maand nagenoeg hetzelfde als het jaar ervoor.

De online omzet schoot in juni opnieuw flink de hoogte in. Het webwinkelen zit al jaren in de lift, wat nog eens versterkt werd door de pandemie en de bijbehorende lockdownmaatregelen. Vorige maand werd dan ook 17,3 procent meer online gekocht dan een jaar eerder.