Wie er pas tijdens het koken achter komt dat de eieren op zijn, hoeft zich niet meer in allerlei bochten te wringen om tóch te kunnen eten. Dankzij de oprukkende snelle bezorgdiensten van boodschappen is een nieuw doosje eieren binnen tien minuten in huis. Terwijl de hongerige klant steeds meer keuze heeft, schuiven flitsbezorgers hun verdienmodel aan de kant om de markt voor zich te winnen.

In Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag is het inmiddels een bekend fenomeen: bezorgers van de flitsbezorgdiensten Gorillas, Flink, Getir en Zapp die gehaast de stad door fietsen om boodschappen zo snel mogelijk bij de klant te krijgen. Maar ook in andere studentensteden zoals Leiden, Tilburg en Nijmegen proberen de diensten voet aan de grond te krijgen.

Via een app laten ze hun klanten boodschappen bestellen, vaak met de belofte dat ze niet duurder zijn dan in de supermarkt. Vervolgens kunnen de bezorgers snel bij de klant zijn dankzij de vele dark stores die de bedrijven hebben.

"Dat zijn kleine distributiecentra in bijvoorbeeld een winkelcentrum", zegt Kitty Koelemeijer, hoogleraar marketing en retailing aan de Nyenrode Business Universiteit. Bezorgers kunnen daar de producten bij elkaar zoeken, op de fiets springen en dan binnen een minuut of acht naar de klant fietsen.

Businessmodel werkt niet in kleinere steden en dorpen

Aan dat businessmodel kleeft, door de belofte van snelheid, een belangrijke voorwaarde: het werkt alleen in dichtbevolkte gebieden met veel potentiële klanten. "In kleinere steden of op het platteland lijkt het me een stuk lastiger om die belofte waar te maken", zegt Martijn Arets, expert op het gebied van online platforms. "Daar kun je qua klanten en bestellingen nooit de aantallen halen die je nodig hebt om geld te verdienen."

En geld verdienen wordt sowieso lastig voor de flitsbezorgers. Hoewel er de afgelopen tijd enorm veel in de flitsbezorgers werd geïnvesteerd, Getir haalde in juni nog 550 miljoen dollar op, is het maar de vraag hoeveel er uiteindelijk zullen overleven. Met het huidige businessmodel is het namelijk vrijwel onmogelijk om winst te maken, zeggen Arets en Koelemeijer allebei. Personeel is duur, het proces is arbeidsintensief, de vele locaties die nodig zijn als distributiecentra zijn niet gratis, en het is wachten op speciale regelgeving rondom flitsbezorgers.

Hogere bezorgkosten of ander verdienmodel

Op termijn kan dat wel veranderen. Zo verwacht Arets dat de bedrijven in de toekomst ook langere bezorgtijden zullen hanteren en misschien hogere bezorgkosten zullen rekenen. Koelemeijer denkt dat ze hun verdienmodel ook buiten hun eigen bedrijf kunnen zoeken, door de flitsbezorgers ook in te zetten voor andere bedrijven.

"Nederlanders zijn er nu nog niet zo aan gewend om bestellingen op dezelfde dag te laten bezorgen", zegt ze. "Maar als deze flitsdiensten samen gaan werken met andere bedrijven, zou je bijvoorbeeld je Blokker-bestelling al binnen een kwartier in huis kunnen hebben." Als de flitsbezorgers een netwerk maken waarmee ze lokaal enorm snel bestellingen kunnen bezorgen, van welk bedrijf dan ook, kan dat hun verdienmodel worden.

Voor de bedrijven zijn er dus mogelijkheden om groene cijfers te schrijven, maar voor de investeerders die miljoenen in de bezorgdiensten stoppen blijft het een grote gok. Volgens Arets is er één belangrijke reden om die gok juist wel te nemen: het is een markt met beperkte ruimte. Wie de klanten eenmaal voor zich gewonnen heeft, heeft een goede positie in een groeimarkt. Koelemeijer: "The winner takes it all."