Bijna geen enkele verzekeraar biedt een verzekering aan voor overstromingen van grote rivieren als de Maas of de zee. Dat is omdat de schade bij dat soort overstromingen zo groot kan worden, dat een verzekeraar kan omvallen wanneer dat allemaal betaald moet worden. Het Verbond van Verzekeraars kijkt naar de politiek voor oplossingen.

Nu het water in Limburg aan het wegtrekken is, krijgen we stilaan een beeld van de schade. Die zou volgens de eerste schattingen van gemeenten kunnen oplopen tot 500 miljoen euro. Valkenburg zou met 400 miljoen euro het zwaarst getroffen zijn.

Maar niet al die schade zal ook automatisch vergoed worden. In de eerste plaats zijn zakelijke klanten vaak niet verzekerd voor overstromingen, maar verzekeraars Interpolis en Centraal Beheer kondigden al aan in dit geval een uitzondering te willen maken en de schade wel uit te betalen.

Een ander probleem is dat verzekeraars vaak alleen maar schade door overstromingen van kleine beekjes zoals de Geul en de Gulp dekken. En in toenemende mate ook lokale overstromingen. "Dat is controleerbaar, want die beekjes lopen ooit leeg", zegt Timo Brinkman, klimaatspecialist bij het Verbond van Verzekeraars.

Maar overstromingen van grote rivieren en zeeën zitten in bijna geen enkele polis. En dat is een probleem, want door de klimaatverandering zullen dit soort natuurrampen in de toekomst nog veel vaker voorkomen.

Alleen de kleine verzekeraar Turien & Co biedt het aan voor zijn premiumklanten en een andere kleine verzekeraar heeft het een paar jaar aangeboden, maar is er nu mee gestopt. Multinationals kunnen zich er op de internationale verzekeringsmarkt wel voor laten verzekeren.

'Niet rendabel voor verzekeraars'

Dat komt vooral doordat de schade als de Maas of de Waal uit hun oevers treden soms niet meer te overzien is. "Dat gaat gepaard met zulke grote bedragen dat verzekeraars echt in de problemen kunnen komen bij de uitbetaling daarvan", zegt Brinkman.

"Daarnaast is het risicobewustzijn bij mensen al jaren erg laag, waardoor niemand zo'n verzekering wil afsluiten. En dan is er nog eens het feit dat niet iedereen evenveel risico loopt, waardoor de groep die deze verzekeringen nodig heeft, niet genoeg verspreid is over het land. Die combinatie maakt het niet rendabel voor verzekeraars."

Voor heel veel niet-verzekerde schade kunnen gedupeerden wel bij de Rijksoverheid terecht, die via de Wet tegemoetkoming bij schade (Wts) een deel van die schade op zich neemt als de overheid dat gebied ook tot rampgebied heeft uitgeroepen. "Maar die vergoeding dekt nooit alles en vaak moeten mensen heel erg lang op hun geld wachten, terwijl de meeste verzekeraars ondertussen al zijn begonnen met uitbetalen", zegt Brinkman. "Ooit hebben mensen zelfs tien jaar moeten wachten op een vergoeding door de overheid toen een veendijkje in Wilnis het begaf."

Samenwerking tussen overheid en verzekeraars

Het Verbond van Verzekeraars is in gesprek met het demissionaire kabinet om oplossingen te zoeken waarbij de gedupeerden geholpen worden, maar de verzekeraars niet failliet gaan. De organisatie stelt onder meer voor om een samenwerking op te richten waar de overheid en verzekeraars samen de kosten dekken van bijvoorbeeld ernstige waterschade, maar ook aardbevingen of grondverzakkingen.

"Een andere optie is dat verzekeraars afspreken om schade bij grote natuurrampen onderling te verrekenen, waardoor er makkelijker meer geld kan uitgekeerd worden. Maar dan moeten concurrenten verplichte premies afspreken en daar heeft de concurrentiewaakhond tot nu toe een stokje voor gestoken."

Ten slotte roept de organisatie het kabinet op om in de Wts beter vast te leggen welke schade wel of niet door de overheid vergoed wordt. "Dan kunnen verzekeraars makkelijker aanvullende verzekeringen ontwikkelen."

Wanneer die gesprekken afgelopen zijn is nog niet duidelijk, maar het verbond verwacht dat de politieke urgentie op dit moment groot genoeg is.