De dekkingsgraden van de vijf grote Nederlandse pensioenfondsen liggen allemaal boven de 100 procent. Dat blijkt donderdag uit cijfers van de pensioenfondsen. ABP, het grootste pensioenfonds, meldt voldoende geld in kas te hebben om de pensioenen van alle deelnemers zolang zij leven te kunnen betalen.

Om te bepalen hoe fondsen er financieel voor staan, wordt gekeken naar de dekkingsgraad. Dit is de verhouding tussen het geld dat een fonds aan toekomstige pensioenen moet betalen en de hoeveelheid geld die het nu in kas heeft.

Aan de hand daarvan wordt aan het einde van het jaar bepaald of de pensioenuitkeringen omlaag moeten.

De laatste jaren werd er voornamelijk voor pensioenkortingen (verlaging van de pensioenen) gevreesd, omdat de dekkingsgraden bij de meeste grote fondsen rond en zelfs onder de kritieke grens van 90 procent lagen.

Pensioenpotten zijn beter gevuld

Die angst ebt inmiddels langzaam weg. Bij ABP steeg de dekkingsgraad afgelopen kwartaal naar 104,5 procent. Aan het einde van het eerste kwartaal stond die nog op 100,5 procent. Zorgpensioenfonds PFZW zag de dekkingsgraad stijgen naar 100,9 procent, waar het percentage aan het einde van het eerste kwartaal nog 97,5 procent was.

Ook in de metaalsector werden de pensioenpotten beter gevuld. Fondsen PME en PMT zagen de dekkingsgraden stijgen naar respectievelijk 104 en 101,5 procent. De dekkingsgraad van bouwfonds bpfBOUW steeg naar 120,8 procent.

Beleggingen in vastgoed droegen bij aan stijging

De pensioenfondsen noemen vooral de positieve rendementen van hun beleggingen als oorzaak van de stijging. Zo zegt bpfBOUW dat de Nederlandse en internationale vastgoedportefeuille hebben bijgedragen aan de stijging.

ABP zegt dat het vooruitzicht door de hogere dekkingsgraad weer wat zonniger is geworden. "Voor het eerst sinds tijden kan ik daarom aangeven dat de kans op pensioenverlaging volgend jaar erg klein is", aldus voorzitter Corien Wortmann-Kool. "Maar pensioenverhoging is nog echt niet in zicht."