De drie grootste Amerikaanse medicijndistributeurs en de medicijnfabrikant Johnson & Johnson, het moederbedrijf van de Nederlandse coronavaccinproducent Janssen, staan op het punt een hoop rechtszaken rond de Amerikaanse opiatencrisis te schikken voor 26 miljard dollar (22 miljard euro). Dat zegt een groep advocaten dinsdag.

De opiatencrisis, die begon met de verslavende pijnstiller OxyContin, maakte tussen 2015 en 2018 honderdduizenden slachtoffers. De crisis leidde volgens de Society of Actuaries, een internationale beroepsvereniging voor actuarissen, tot 631 miljard dollar aan economische schade in de VS. De producent van OxyContin ging in 2019 failliet.

De drugsepidemie werd in 2017 door de toenmalige Amerikaanse president Donald Trump tot een nationale ramp verklaard, omdat steeds meer mensen pijnstillers gebruikten voor niet-medische doeleinden en er meermaals mensen waren overleden aan een overdosis.

Dat leidde tot duizenden rechtszaken tegen grote farmabedrijven die de middelen maakten en verdeelden. Vier aangeklaagde bedrijven willen een deel van die rechtszaken nu schikken voor 26 miljard dollar. Volgens een groep advocaten van de tegenpartij komen de bedrijven later deze week met een officiële mededeling daarover.

Johnson & Johnson liet al weten 5 miljard dollar bij te dragen aan de schikking. De andere bedrijven wilden niet reageren. "We geven hiermee niet toe dat we iets hebben misdaan of verantwoordelijk zijn voor de crisis, maar we willen zekerheid bieden aan alle betrokken partijen", zegt Johnson & Johnson dinsdag.

Maar met die schikking komt er geen einde aan de rechtszaken. Er lopen nog steeds duizenden zaken tegen de vier genoemde bedrijven en nog veel andere farmaceuten. Johnson & Johnson schikte eerder al een zaak voor 230 miljoen dollar en werd veroordeeld tot een schadevergoeding van 465 miljoen dollar in een ander proces. Tegen die laatste zaak is het bedrijf in beroep gegaan.