Een boycot door Ben & Jerry's van Joodse nederzettingen in Palestijns gebied zal "ernstige gevolgen hebben". Die waarschuwing heeft de Israëlische premier Naftali Bennett telefonisch overgebracht aan topman Alan Jope van Unilever, het moederbedrijf van de ijsfabrikant. Het is niet duidelijk wat voor consequenties Israël precies wil verbinden aan een ijsboycot.

Ben & Jerry's liet maandag weten te stoppen met de verkoop van zijn ijs in Israëlische nederzettingen in Palestijns gebied. Het bedrijf zegt dat het niet in overeenstemming met de waarden van de onderneming is om zijn waren daar te slijten. Het merk is eigendom van Unilever, maar heeft vergaande autonomie en een activistisch imago.

Ben & Jerry's is in Israël actief via een bedrijf dat de ijsjes in licentie produceert. Die overeenkomst wil de ijsfabrikant aanpassen als die aan het einde van het jaar afloopt, zodat de ijsjes alleen in Israël worden verkocht. Unilever laat weten actief te blijven in Israël en is blij dat Ben & Jerry's daar ook voor heeft gekozen.

De Israëlische premier noemde de beslissing van Ben & Jerry's al "moreel verkeerd" en "overduidelijk anti-Israëlisch". Volgens Bennett zijn er "meerdere ijsmerken, maar slechts één Joodse staat."

Bennetts partij is voorstander van de Israëlische nederzettingenpolitiek. Meer dan 440.000 Israëliërs wonen in deze nederzettingen in gebied dat Israël in 1967 veroverde tijdens de Zesdaagse Oorlog. De meeste landen noemen die nederzettingen illegaal, maar Israël bestrijdt dat.