De omzet van supermarktketen Jumbo is in het eerste half jaar opgelopen tot 5,36 miljard euro. Dat is een toename van 5,3 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Het marktaandeel van Jumbo steeg daarmee tot 21,8 procent. Ook was het bedrijf zeer tevreden over zijn campagne rondom het afgelopen EK voetbal.

De verkoop via internet steeg met ruim 50 procent. Dat is volgens Jumbo onder meer een gevolg van de aanhoudende coronamaatregelen, waardoor veel mensen hun boodschappen liever online doen. Het bedrijf heeft naar eigen zeggen ook fors geïnvesteerd in het netwerk.

Na de recordomzet in het coronajaar 2020 verwachtte de supermarktketen al door te groeien. Jumbo verwacht dat er in de tweede helft van het jaar 23 vestigingen worden geopend, waardoor het totaal op 720 komt.

Ook de inzet op het Europees kampioenschap voetbal heeft bijgedragen aan het stijgende marktaandeel, denkt Jumbo. De supermarktketen kwam naar eigen zeggen met een "boven verwachting succesvolle" campagne waarin Snollebollekes en een bijbehorende 'juichcape' centraal stonden.

Resultaten La Place vielen tegen

De resultaten van La Place, de restaurants van V&D die Jumbo overnam toen het warenhuis failliet ging, vielen net als vorig jaar tegen. De restaurantketen was een groot deel van de afgelopen periode gesloten als gevolg van lockdownmaatregelen. De omzet bleef in de eerste helft van het jaar steken op 13 miljoen euro. Dat is een daling van 60 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, toen de restaurants ook grotendeels gesloten waren.

Ondertussen heeft bijna iedereen van wie de baan kwam te vervallen bij de reorganisatie van eerder dit jaar een nieuwe functie gevonden binnen Jumbo, zegt topman Ton van Veen. 98 procent van de werknemers is al herplaatst en dat percentage kan nog oplopen. Slechts enkele medewerkers hebben de supermarktketen verlaten, omdat ze de beschikbare functies niet zagen zitten.

De supermarktketen gaat geen melding maken van een collectief ontslag bij uitkeringsinstantie UWV. Dat betekent dat er niet meer dan twintig dienstverbanden worden beëindigd binnen een periode van drie maanden.