Het klimaatpakket van commissaris Frans Timmermans en voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen moet Europa snel groener maken. Een belangrijk onderdeel van het pakket is dat ook vervuilers van buiten de EU de rekening van hun uitstoot krijgen. Wat voor impact heeft dat op de concurrentiepositie van bedrijven en handel?

  • Door de nieuwe maatregelen moeten meer sectoren meer geld gaan betalen voor hun uitstoot.
  • Dat zal impact hebben op de hele economie, maar door een grensbelasting verandert de concurrentiepositie van Europese bedrijven niet.
  • Toch kunnen de maatregelen negatieve effecten hebben buiten de EU, bijvoorbeeld voor opkomende markten die nog sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Voor die landen kan het moeilijker worden om zaken te doen met de EU.

Met een nieuw pakket aan maatregelen moet de Europese Unie ambitieuze klimaatdoelen halen. Een belangrijk onderdeel daarvan: uitstootrechten. "De industrie en de elektriciteitssector vielen al onder het systeem van de uitstootrechten", zegt sectoreconoom energiemarkten Gerben Hieminga van ING. Bedrijven in die sectoren krijgen een beperkt aantal rechten dat ieder jaar afneemt, waardoor het aantrekkelijker wordt om energiebesparende maatregelen te nemen.

"Die doelen worden aangescherpt", zegt Hieminga. En er komt een parallel systeem waar meer sectoren onder vallen, zoals het wegtransport en de gebouwde omgeving, zoals gebouwen, riolering en snelwegen.

Het uitstoten van CO2 gaat dus meer sectoren meer geld kosten. Daardoor zullen de productiekosten in sectoren met veel uitstoot stijgen, zoals in de industrie en energiesector. Ook vervoer wordt duurder.

Vrijwel alle ondernemers en individuen in de EU worden zo gestimuleerd om duurzaam te handelen. Het pakket heeft dus een enorme impact op de economie, maar de EU wil de concurrentiepositie van Europese bedrijven veiligstellen.

Om ervoor te zorgen dat Europese producten relatief gezien niet plotseling veel duurder worden door de maatregelen, komt er een grensbelasting voor producten die geïmporteerd worden; als bedrijven uit het buitenland iets willen exporteren naar de EU, moet daar volgens het plan een CO2-belasting over worden betaald. "Die belasting wordt berekend op basis van de CO2-intensiteit van het product", zegt Hieminga.

"Daardoor blijft het level playing field gelijk." Iedereen betaalt dezelfde belasting, waardoor niemand op een achterstand komt te staan. Volgens Hieminga is de grensbelasting ook direct een manier om duurzaam produceren in andere werelddelen te stimuleren.

Daarnaast zorgt de grensbelasting ervoor dat productie die met veel uitstoot gepaard gaat, niet naar regio's buiten de EU verschuift. Dat zegt Loudina Erasmus, klimaateconoom bij ABN AMRO. En, tekent ze aan, een Chinees emissiehandelsysteem vermindert de impact van de grensbelasting op hun exportproducten. Onder meer door dat systeem gaat de Chinese economie ook steeds meer op elektriciteit draaien, waardoor er in de wereldeconomie mogelijk steeds meer klimaatvriendelijke producten verhandeld worden.

Toch kunnen de maatregelen ook negatieve effecten hebben buiten de EU. "Er is een scenario waarin de EU, VS en China in de toekomst samen een groene club vormen. Dat zou een grote impact hebben op opkomende markten die veel exporteren, maar nog afhankelijk zijn van kolen", zegt Erasmus. Die markten zouden achter kunnen blijven, maar volgens haar is er ook een positiever scenario: de landen zouden zich er ook op kunnen richten om hun economieën direct te laten draaien op hernieuwbare energie.

Wat de effecten op de wereldhandel zijn, moeten we dus nog even afwachten. Dichter bij huis kunnen de maatregelen ook impact hebben, verwacht Hieminga. "In Nederland zie je dat de energiebelastingen voor grote bedrijven relatief laag zijn, en voor het mkb en consumenten een stuk hoger." Dat gaat veranderen, zegt hij. Grote bedrijven gaan meer betalen voor hun energie. "Ik denk dat de verhouding eerlijker wordt."

Maar het is nog lang niet zeker hoe het pakket aan maatregelen er uiteindelijk uit zal zien. Het wordt na de zomer besproken door het Europees Parlement en de Europese Raad, die zullen stemmen over alle individuele wetsvoorstellen. Dat kan jaren duren.