Werkgevers mogen het dragen van een hoofddoek op het werk verbieden als ze een neutraal imago willen uitstralen. Dat zegt het Hof van Justitie van de Europese Unie donderdag in een uitspraak. Maar, tekent het Hof ook aan, een werkgever moet goed kunnen bewijzen dat het verbod van een hoofddoek op de werkvloer noodzakelijk is.

Het Hof doet de uitspraak naar aanleiding van twee Duitse zaken over vrouwen die een hoofddoek wilden dragen op hun werk. De eerste vrouw werkte op een kinderdagverblijf. Haar werkgever vond het belangrijk om neutraliteit uit te stralen naar de kinderen, om ze niet te beïnvloeden. Daarom vroeg de werkgever alle medewerkers om geen tekenen van religieuze overtuiging te dragen.

De tweede zaak ging over een vrouw die als verkoopadviseur en caissière werkte bij een drogisterij. De keten waar ze werkte wilde ook neutraliteit uitstralen, maar de vrouw wilde graag een hoofddoek dragen.

In deze twee zaken hebben de rechters het Hof om meer uitleg gevraagd. Het Hof heeft namelijk in 2017 al eens besloten dat een werkgever een hoofddoek op de werkvloer mag verbieden, maar de rechters wilden extra duidelijkheid van het Hof over of een intern bedrijfsverbod op het dragen van een hoofddoek geen discriminatie is.

En het antwoord van het Hof is duidelijk: als een werkgever een neutraal imago wil uitdragen, mag hij werknemers vragen een hoofddoek af te doen. "Maar een werkgever moet goed kunnen bewijzen dat dit noodzakelijk is", zegt een woordvoerder van het Hof. "Dat is het grote verschil met de uitspraak uit 2017. Het Hof gaat nu meer in op de bewijslast van de werkgever en zegt dat werkgevers moeten kunnen bewijzen dat ze er nadeel van ondervinden als een werknemer een hoofddoek draagt."

Overigens laat het Hof wel ruimte voor nationale rechters om de context van hun eigen land te laten meewegen. "Lidstaten kunnen deze uitspraak dus op verschillende manieren invullen, afhankelijk van hoe hun eigen land de vrijheid van godsdienst invult", aldus de woordvoerder. "Maar uiteindelijk is het leidend wat het Hof zegt."