Nederlandse huishoudens hebben sinds het uitbreken van de coronapandemie gemiddeld meer dan 6.500 euro bijgeschreven op hun spaarrekeningen. Maar tussen Nederlandse huishoudens bestaan grote verschillen: vooral huishoudens met een hoger inkomen hielden tijdens de coronacrisis meer geld over.

Dat blijkt uit cijfers van ING, die de ontwikkeling van de spaartegoeden van Nederlanders vanaf vorig jaar maart tot en met mei 2021 analyseerde. In totaal zijn de tegoeden op de Nederlandse spaarrekeningen met 52 miljard euro gestegen.

De bank spreekt van een recordstijging. Nog nooit werd er in een periode van vijftien maanden zo'n hoog bedrag opzijgezet door Nederlanders.

Als belangrijkste reden voor de stijging noemt ING de beperkingen tijdens de coronacrisis. Hierdoor nam de consumptie van huishoudens flink af, omdat winkels dicht waren, vakanties niet mogelijk waren en contactberoepen niet mochten worden uitgeoefend. Tegelijkertijd waren consumenten - zeker tijdens de eerste lockdown - erg terughoudend met het bezoeken van winkels die wel open waren.

Door de steunpakketten van de overheid bleef veel werkgelegenheid overeind, aldus de analyse van de bank. Hierdoor bleef het beschikbaar inkomen van Nederlanders redelijk op peil. De combinatie van een relatief stabiel inkomen en lagere consumptie zorgde voor een flinke aanwas van de rekeningtegoeden.

“70 procent van de toename van de banktegoeden is terug te voeren naar Nederlandse huishoudens die voorafgaand aan de crisis al een bovengemiddeld vermogen op hun bankrekening hadden staan.”

Grootste deel van extra banktegoeden bij bovenmodaal inkomen

Vooral huishoudens met een hoger inkomen konden tijdens de coronacrisis meer spaargeld bijschrijven op hun rekening. Volgens de ING is 70 procent van de toename van de banktegoeden terug te voeren naar Nederlandse huishoudens die voorafgaand aan de crisis al een bovengemiddeld vermogen op hun bankrekening hadden staan. Dit zijn voornamelijk huishoudens die een hoger inkomen verdienen.

Volgens ING hebben zij tijdens de coronapandemie extra kunnen sparen omdat het voor hen makkelijker is om geld opzij te zetten zodra alle noodzakelijk uitgaven zijn gedaan. Minder rijke huishoudens geven daarentegen elke maand ongeveer evenveel uit als wat er binnenkomt.

Bovendien geven huishoudens die meer dan modaal verdienen meer geld uit aan zaken als vakanties, uitjes en diners. Juist daarvoor golden lange periodes strenge beperkingen. Het geld wat hierdoor vrijkwam werd voornamelijk op de spaarrekening gestort.

Tijdens lockdownmaanden piek in bedrag dat Nederlanders spaarden

Vooral in de maanden tijdens de eerste lockdown nam het bedrag dat Nederlanders spaarden aanzienlijk toe. Zo piekte de inleg in mei 2020 op een recordbedrag van 7,1 miljard euro. Ook tijdens de tweede lockdown - tussen afgelopen december en februari - was er een stijging merkbaar in het bedrag dat Nederlandse huishoudens spaarden.

Als de economie niet zou zijn getroffen door de pandemie, zou de maandelijkse inleg op spaarrekeningen beduidend lager liggen, rekende de bank uit. In plaats van 3,5 miljard euro zouden Nederlanders de afgelopen periode gemiddeld 2,2 miljard euro per maand hebben bespaard.

“De bank verwacht dat niet al het extra gespaarde geld wordt uitgegeven zodra dat weer kan”

28 miljard euro aan spaartegoeden direct gevolg van coronabeperkingen

Uit de analyse van ING blijkt dat ongeveer 28 miljard euro van de besparingen het directe gevolg waren van de coronamaatregelen. Deze besparingen moesten gedwongen worden gedaan, omdat er vanwege de beperkingen vakanties of uitjes moesten worden afgezegd of niet mogelijk waren. Mogelijk leidt dit type besparingen op korte termijn alsnog tot bestedingen.

Naast deze gedwongen besparingen hebben huishoudens uit voorzorg minder geconsumeerd tijdens de pandemie, bijvoorbeeld uit angst voor baanverlies. Alhoewel dit soort voorzorgbesparingen vaker voorkomt, zijn gedwongen besparingen zeer ongebruikelijk volgens de bank. Toch omvatten ze meer dan de helft van het totale gespaarde geld van huishoudens sinds maart vorig jaar.

ING verwacht overigens dat niet al het extra gespaarde geld wordt uitgegeven zodra dat weer kan. Zo zullen de meer vermogende huishoudens waarschijnlijk niet zo'n sterke neiging hebben om een groot deel van hun besparingen uit te geven. Zij gaven toch al niet elke laatste euro uit van hun spaargeld en zullen dat nu ook niet doen nu er relatief meer spaartegoed op de rekening staat, is de redenering.