De rentemarge van Nederlandse banken is vorig jaar gedaald. En doordat de rente laag blijft, is de verwachting dat die marge nog verder daalt, schrijft De Nederlandsche Bank (DNB) donderdag. Daardoor krijgen steeds meer spaarders te maken met een negatieve rente.

De rentemarge is het verschil tussen de inkomsten die banken uit rente ontvangen, en de rente-uitgaven die ze betalen. Die marge lag van 2017 tot 2019 op 1,35 procent, het hoogste niveau in lange tijd. In het afgelopen jaar is die weer gedaald naar 1,23 procent.

Daarmee ligt de rentemarge nog steeds hoger dan voor 2013, maar DNB schrijft dat de kans bestaat dat de rentemarge de komende jaren verder zal blijven dalen. Doordat de rentes voor hypotheken vaak voor tien tot dertig jaar worden vastgezet, duurt het bij banken even voordat het effect van een lagere rente zichtbaar is. De bank blijft immers inkomsten uit de oude hypotheken ontvangen. En als de rente weer stijgt, zal het ook een poosje duren voordat dat effect zichtbaar is.

De reactie van de banken op de lage rentemarge is in ieder geval al goed te zien, schrijft DNB. Ze rekenen steeds vaker een negatieve rente door aan hun klanten. Deze maand ging de grens voor een negatieve rente bij diverse banken omlaag naar 100.000 euro.

Lang niet alle Nederlanders merken daar iets van; op 97 procent van de Nederlandse rekeningen staat namelijk minder dan 1 ton. Maar ABN AMRO, ING en Rabobank sloten eerder dit jaar niet uit dat die grens nog verder verlaagd wordt en dat uiteindelijk ook kleine spaarders geld zullen moeten toeleggen om hun vermogen te kunnen stallen.