De Nederlandse economie bestond eind vorig jaar uit 8,5 miljoen banen, 264.000 minder dan waar de economie het jaar mee begon. Dat blijkt donderdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De terugval van ruim een kwart miljoen banen is volgens het CBS te wijten aan twee zaken: de grote hoeveelheid beëindigde banen in april 2020 en het feit dat het aantal nieuwe banen achterbleef in vergelijking met een jaar eerder.

Waar 2019 nog een goed jaar was voor de arbeidsmarkt, waarin het aantal banen elke maand toenam, is 2020 een ander verhaal. De verspreiding van het coronavirus leidt in maart tot een lockdown van de Nederlandse economie. Het Nederlandse bedrijfsleven zet een maand later een mes in het werknemersbestand: er worden ruim 370.000 banen beëindigd, terwijl er veel minder nieuwe banen bij komen. Onder de streep verdwijnen er in april 2020 141.000 banen.

Na april, wanneer de Nederlandse regering is ingestapt met behulp van steunpakketten voor het bedrijfsleven, neemt het aantal beëindigde banen weer af. In de periode mei tot en met oktober worden er minder banen beëindigd dan een jaar eerder. Toch leidt dit niet tot een groei van het totaalaantal banen; er worden namelijk minder nieuwe banen gecreëerd dan in 2019.

De banen verdwenen naar verhouding het meest in de sectoren die het langst de deuren moesten sluiten door de coronapandemie. Denk hierbij aan de horeca, cultuur, sport en recreatie. Ook uitzendbureaus hadden het zwaar door het verminderde vertrouwen in de Nederlandse economie.