Het demissionaire kabinet moet de landelijke regels voor de bouw van windmolens aanpassen. Ook de milieueffecten van de turbines op hun omgeving moeten voortaan worden beoordeeld, zo heeft de Raad van State woensdag bepaald. Het besluit van de hoogste bestuursrechter gaat over een windpark in Delfzijl, maar kan ook gevolgen hebben voor andere windmolenparken.

De rechters verwijzen naar een uitspraak die het Europees Hof van Justitie vorig jaar deed over een Belgisch windmolenpark. Ook daarvan had een milieubeoordeling moeten plaatsvinden, oordeelde het hof op basis van het Europees recht. De overwegingen uit die uitspraak gelden ook voor Nederland, zo heeft de Raad van State nu bepaald.

De huidige normen die landelijk gelden voor bijvoorbeeld geluid, de slagschaduw van de wieken en de veiligheid van windmolens moeten worden aangepast. In de tussentijd mogen die normen niet worden toegepast bij de beoordeling van nieuwe windmolenparken. Het is nu aan het kabinet om met een nieuwe milieubeoordeling te komen, vindt de rechter.

De uitspraak betekent overigens niet dat in de tussentijd geen nieuwe besluiten mogen worden genomen over windparken. Een gemeenteraad mag ook zelf normen vaststellen waar de bouwers zich aan moeten houden. Mogelijke milieueffecten kunnen ze daarin meenemen. Zo krijgt het gemeentebestuur van Eemsdelta, dat over het park in Delfzijl gaat, nu een half jaar de tijd om het bestemmingsplan en de vergunning voor het windproject aan te passen. In de procedures mag echter geen gebruik meer worden gemaakt van de landelijke normen, want die rammelen dus volgens de rechters.

De windenergiesector vreest dat de uitspraak zal leiden tot "vertraging voor de energietransitie". De Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) hoopt daarom dat het kabinet snel zal handelen. Het is volgens de brancheorganisatie wel "goed voor alle partijen dat er nu duidelijkheid is" over de regels.