Nederlanders gaven in de afgelopen maand 9,7 procent meer uit in de detailhandel dan in dezelfde maand vorig jaar. Vooral non-food, zoals schoenen, kleding, meubels en elektronica, werd meer gekocht dan een jaar eerder. Dat blijkt woensdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In vergelijking met mei 2019 was er zelfs sprake van een plus van 19,7 procent.

In de meeste sectoren is vorige maand meer gekocht dan een jaar eerder. Uitzondering hierop zijn de supermarkten. Daar daalden de inkomsten met 1,2 procent.

Dat komt niet als een verrassing. De omzet bij supermarkten was in het voorjaar van 2020 ongekend hoog. Door de sluiting van cafés en restaurants kochten klanten meer eten en drinken bij de grootgrutters. Vorige maand was de horeca alweer open, zij het met beperkingen. Dat heeft zijn weerslag gehad op de supermarkten.

Opvallend genoeg was de omzet bij speciaalzaken, zoals slagers en groenteboeren, vorige maand nog wel hoger dan een jaar eerder (+1,4 procent). Blijkbaar had de heropening van de horeca vorige maand minder vat op speciaalzaken dan op supermarkten.

Bij winkels die geen eten en drinken verkopen, namen de verkopen vorige maand hard toe, met gemiddeld 15,8 procent. Zo verkochten schoenen- en kledingwinkels in mei voor de derde maand achter elkaar meer dan in dezelfde maand in 2020. Hun omzet was ook hoger dan in mei 2019. Daarnaast rinkelden de kassa's bij onder meer meubelzaken, consumentenelektronicazaken en doe-het-zelfzaken vaker.

Webwinkels deden vorige maand ook goede zaken. De online consument gaf 16 procent meer uit dan een jaar eerder.