Gasbedrijf NAM heeft vorige maand ten onrechte beweerd dat met het naderende einde van de gaswinning in Groningen de versterking van huizen bijna niet meer nodig is. Die uitspraken van NAM-topman Jan Atema "zijn deels feitelijk onjuist, en ze helpen niet", zei inspecteur-generaal Theodor Kockelkoren van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) woensdag tegen de Tweede Kamer.

In een interview met NRC zei Atema vorige maand dat door het afgenomen bevingsrisico waarschijnlijk nog maar zo 'n vijftig woningen versterkt hoeven te worden. Daar klopt niets van, zegt Kockelkoren. Het zijn er volgens hem waarschijnlijk "ettelijke duizenden". Het precieze aantal is pas bekend als alle huizen geïnspecteerd en beoordeeld zijn.

Ook de bewering dat het in Groningen na beëindiging van de gaswinning net zo veilig zou zijn als elders in het land, is volgens Kockelkoren "een verkeerde voorstelling van zaken". Daarvoor moeten eerst de woningen versterkt worden waarbij dat nodig is. En ook als de gaskraan dicht is, blijven drukverschillen aardbevingen veroorzaken, "zij het met een gestaag afnemende frequentie". Daardoor kunnen nog steeds gebouwen instorten.

Kockelkoren wijst er daarnaast op dat veel Groningers al jaren wachten op duidelijkheid over de veiligheid van hun woning. "Elke beving betekent een nieuw rondje om het huis om te kijken of er schade bij gekomen is." Dat leidt tot stress en gezondheidsschade. Veiligheid draait om meer dan alleen het risico om door een aardbeving te overlijden, aldus de toezichthouder.

Situatie in Groningen is een crisis

Dat het allemaal zo lang duurt, komt mede doordat de NAM niet in staat bleek "tijdig en adequaat" werk te maken van schadeherstel en versterking. "Inmiddels blijkt dat de overheid eveneens moeite heeft te leveren", merkt Kockelkoren op. Hij herhaalt zijn oproep om de situatie in Groningen als een crisis aan te merken en te behandelen.

Atema betuigde later spijt over de onrust die zijn uitlatingen in Groningen hebben veroorzaakt. Maar hij zei er inhoudelijk nog altijd achter te staan.