De economie herstelt zich sneller van de coronaklap dan eerder gedacht. Die voorspelling doet het Centraal Planbureau (CPB) dinsdag. Waar eerder nog werd uitgegaan van een groei van ruim 2 procent dit jaar, verwacht het CPB nu dat in 2021 de economie 3,2 procent groter zal zijn dan in coronajaar 2020. Ook volgend jaar zal de economie flink groeien, met naar verwachting 3,3 procent.

Daarmee herstelt de economie zich dus relatief snel van de dreun van vorig jaar, toen sprake was van een krimp van maar liefst 3,7 procent. De gunstige vooruitzichten komen doordat steeds meer mensen zijn gevaccineerd en het aantal coronabesmettingen snel terugloopt.

In de jaren na 2022 verwacht het CPB een economische groei van tussen de 1,5 en 2 procent per jaar. Uiteindelijk is de economie in 2025 weliswaar 1,5 procent kleiner dan voor de coronacrisis werd voorzien, maar dat is nog altijd gunstiger dan het negatieve effect van 3 procent waar tijdens de crisis van werd uitgegaan. "De permanente economische schade van de coronapandemie blijft dus naar verwachting beperkt", aldus het planbureau.

Werkloosheid stijgt volgend jaar

De werkloosheid loopt volgens het CPB dit jaar iets terug, van 3,8 procent in 2020 naar 3,6 procent dit jaar. Volgend jaar loopt dit echter weer op tot 4,1 procent. Dat komt doordat een aantal bedrijven de komende tijd alsnog failliet gaat. Tot dusver was het aantal faillissementen ongekend laag, vermoedelijk door het uitgebreide coronasteunpakket van het kabinet. De verwachting is dat dit pakket na september wordt afgebouwd, waardoor sommige bedrijven die financieel niet gezond zijn, alsnog op de fles gaan.

De loonstijgingen in nieuwe cao's worden voorlopig gedrukt doordat sommige bedrijven, met name in de dienstensector, nog een zwakke financiële positie kennen. Het CPB denkt dat de cao-loonstijging dit jaar iets zal achterblijven bij de inflatie. Daardoor zou de koopkracht, die dit jaar nog met 0,6 procent stijgt, volgend jaar met 0,3 procent afnemen.

Grote permanente schade is voorkomen

CPB-directeur Pieter Hasekamp licht toe: "We maken een bijzondere crisis mee. Een crisis die gekenmerkt wordt door forse productiedalingen in specifieke sectoren, die echter krachtig herstel laten zien zodra de coronasituatie versoepelingen toelaat. Het steunbeleid heeft goed gewerkt om de effecten op arbeidsmarkt en productie te dempen en grote permanente schade te voorkomen."

De Nederlandse economie staat er volgens Hasekamp ondanks de coronapandemie relatief goed voor. "Het herstelbeleid moet zich nu richten op het faciliteren van aanpassingen in de economie, ook wat betreft de uitdagingen op het terrein van klimaat, onderwijs, wonen en de arbeidsmarkt."