170.000 huishoudens in Nederland hebben recht op een bijstandsuitkering, maar vragen deze niet aan. Dat komt neer op een op de drie, blijkt uit een rapport van Inspectie SZW waar dagblad Trouw over schrijft. Vooral veel jongeren, zelfstandigen en Europese migranten vragen om diverse redenen geen bijstand aan.

De bijstand moet voorkomen dat mensen moeten leven onder het sociaal minimum: iets meer dan 1.000 euro voor een alleenstaande volwassene en voor samenwonenden iets meer dan 1.500 euro. Ook mensen met een inkomen onder het sociaal minimum hebben recht op een aanvullende bijstandsuitkering.

Uit onderzoek van de inspectiedienst blijkt dus dat 170.000 huishoudens de bijstand niet aanvragen. Dat komt neer op een op de drie die daar wel recht op hebben. Het gaat hier om gegevens van begin 2018. Omdat het om een langdurig probleem gaat, menen de onderzoekers dat de cijfers desondanks representatief zijn.

Van de jongeren tot 27 jaar ontvangt 70 procent geen bijstandsuitkering, terwijl ze met hun inkomen wel onder het sociaal minimum zitten. Bij migranten met een Europese achtergrond ligt dit percentage op 57. Bij beide groepen speelt onwetendheid een belangrijke rol.

Onder zzp'ers vraagt volgens het rapport zelfs 86 procent geen bijstand aan, terwijl ze er wel recht op hebben. Zij vinden het aanvragen vaak ingewikkeld en zien op tegen de administratieve lasten die het met zich meebrengt. Daarnaast vrezen sommigen dat ze de uitkering deels moeten terugbetalen als ze met hun werk meer gaan verdienen.

Gemeenten, die de bijstandsuitkeringen betalen, zeggen weinig zicht te hebben op deze groep. Dit komt onder meer doordat het beleid van de gemeenten vooral is gericht op het ervoor zorgen dat mensen weer uit de bijstand komen. Het niet gebruiken van de uitkering krijgt minder aandacht. Ook het feit dat de regelgeving ingewikkeld is, maakt het voor de lokale overheden moeilijk.