De Nederlandse Staat heeft tot nu toe al 76,2 miljard euro uitgegeven om de coronacrisis te bestrijden, meldt de Algemene Rekenkamer donderdag. Het is ruim 10 miljard meer dan enkele maanden geleden was ingecalculeerd. Dat komt vooral door de verlenging van het coronasteunpakket voor de economie.

De Rekenkamer, die toezicht houdt op de overheidsfinanciën, berekende dat het kabinet dit jaar 44,7 miljard euro heeft uitgetrokken om de pandemie en de economische gevolgen ervan te bestrijden. Dat is fors meer dan de ruim 30 miljard van vorig jaar.

Ook is het viermaal zoveel als aanvankelijk werd gedacht, toen het kabinet in september de begroting voor dit jaar presenteerde. Op dat moment werd nog uitgegaan van 11,2 miljard euro. Dat het nu zoveel meer is, komt door het verlengen van de regelingen voor de economie, bijvoorbeeld de NOW-regeling voor het behoud van banen en de TVL-regeling om bedrijven te helpen hun vaste lasten te betalen.

Enkele maanden geleden becijferde de Rekenkamer dat de kosten voor de coronacrisis al wat verder waren opgelopen, naar in totaal 66,1 miljard euro. Maar daar is dus inmiddels een schep van nog eens ruim 10 miljard bovenop gekomen.

Dat komt onder meer door 1,5 miljard euro steun voor het onderwijs, 2,1 miljard voor de TVL-regeling, 2,2 miljard euro voor de NOW-steun en 0,9 miljard voor de GGD's en veiligheidsregio's. Daarnaast gaat er 0,9 miljard naar openbaarvervoerbedrijven, omdat ze tijdens de coronacrisis hun dienstregeling grotendeels in stand hebben gehouden ondanks dat er weinig reizigers waren, en is 0,3 miljard euro uitgetrokken voor teststraten. Ook waren er nog enkele kleinere uitgaven.