Werkgevers verschuilen zich in de cao-onderhandelingen achter de coronapandemie en daardoor zouden werknemers buiten de boot kunnen vallen als de economie weer herstelt. Dat constateert vicevoorzitter Zakaria Boufangacha van vakbond FNV woensdag. Hij vreest dat als de economie straks weer flink gaat aantrekken de lonen achter zullen blijven, net als na de vorige crisis.

Boufangacha, die bij de bond gaat over het arbeidsvoorwaardenbeleid, zegt dat het huidige cao-seizoen "moeizaam" verloopt. Hij is bang dat daardoor niet alle werknemers van de stevige economische groei die verwacht wordt kunnen profiteren.

"Werkgevers willen voorzichtig zijn", zegt Boufangacha. "Diezelfde reflexen zagen we na de vorige crisis. Maar de groeiverwachtingen zijn fors en de verwachting is ook dat de inflatie flink oploopt. Het baart mij daarom zorgen dat werkgevers heel behoudend zijn."

Als werknemers er niet voldoende bij krijgen, stijgen hun lonen minder hard dan de economie groeit, is de angst van de vicevoorzitter. Daarnaast vindt hij dat bij de huidige krapte op de arbeidsmarkt sowieso een loongolf zou passen. Hij hoopt daar in de tweede helft van het jaar meer van terug te zien.

De gemiddelde loonsverhoging in de cao's die sinds 1 december zijn afgesloten bedraagt volgens FNV nu nog 1,7 procent. Dat is minder dan de inflatie die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onlangs naar buiten bracht voor de maand mei. In koopkracht gaan werknemers er dus op achteruit, redeneert FNV. De looneis van de bond staat al een aantal jaar op 5 procent.

Dat de lonen omhoog moeten, vindt niet alleen de vakbond. Recent pleitte president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) er eveneens voor dat bedrijven de lonen van hun personeel meer moeten verhogen. Hij begreep dat veel werkgevers door de coronacrisis andere zorgen hebben, maar nu de vooruitzichten voor het economisch herstel er goed uitzien zou er volgens Knot ook weer ruimte moeten zijn om personeel wat extra's te bieden.